Skip to main content

Archieven: Nieuws

Wachttijden in de GGZ hebben grote impact op patiënten, naasten en zorgverleners

Een nieuw onderzoek van het Trimbos-instituut en het Nivel belicht de gevolgen van aanhoudende wachttijden in de Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ). Het onderzoek, gebaseerd op 40 wetenschappelijke en andere publicaties, laat zien dat de wachttijden een brede impact hebben op patiënten, hun naasten en zorgverleners in de huisartsenpraktijk.

Wachten beïnvloedt gezondheid en welzijn

Het onderzoek wijst uit dat bij de meeste patiënten de psychische klachten verergeren tijdens het wachten. Langere wachttijden leiden tot complexere behandelingen en een hogere kans op uitval. Daarnaast hebben wachttijden ook invloed op andere levensdomeinen, zoals werkgelegenheid, en kunnen de gevolgen zelfs jaren later nog merkbaar zijn.

Druk op naasten en zorgverleners

Ook naasten van patiënten ondervinden negatieve gevolgen van de wachttijden. Zij kunnen te maken krijgen met toegenomen druk en psychische klachten. Huisartsen en praktijkondersteuners GGZ (POH-GGZ) ervaren een hogere werkdruk en zien zich genoodzaakt om zorg te verlenen die buiten hun expertisegebied valt.

Complexiteit van het probleem

Het rapport benadrukt dat het terugdringen van wachttijden een complexe uitdaging is, die vraagt om een meervoudige aanpak. Omdat wachttijden naar verwachting niet op korte termijn zullen afnemen, is het bieden van adequate overbruggingszorg van groot belang om negatieve gevolgen te beperken.

Vervolgonderzoek

Trimbos en Nivel voeren vervolgonderzoek uit naar de risico’s van wachttijden en initiatieven voor overbruggingszorg. De resultaten hiervan worden later dit jaar verwacht en zullen meer inzicht geven in de mogelijkheden om de negatieve impact van wachttijden te verminderen.

Samenvatting rapport “In de wachtstand”:

Het rapport “In de wachtstand” van Trimbos-instituut en Nivel brengt de brede impact van wachttijden in de GGZ in kaart. Het onderzoek benadrukt de noodzaak van een meervoudige aanpak en adequate overbruggingszorg om de negatieve gevolgen voor patiënten, naasten en zorgverleners te beperken.

Nieuw boek van David Nutt verkent psychedelica als baanbrekende behandelmethode

Psychedelica als medicijn: Een toonaangevende gids over de toekomst van psychiatrie

In 2024 is het boek “Psychedelica als medicijn” van neuropsychofarmacoloog David Nutt (Imperial College Londen) in het Nederlands verschenen. Dit werk biedt een uitgebreide en wetenschappelijk onderbouwde verkenning van de therapeutische mogelijkheden van psychedelica in de psychiatrie.

In de jaren vijftig toonden psychedelica veelbelovende resultaten in de behandeling van psychische aandoeningen. Onderzoek werd echter in de jaren zestig grotendeels stopgezet vanwege het verbod op deze middelen. Recente wetenschappelijke studies hebben aangetoond dat psychedelica, mits correct toegepast, veilig zijn en aanzienlijke therapeutische voordelen kunnen bieden. Deze middelen kunnen een effectieve behandeling zijn voor aandoeningen zoals depressie, posttraumatische stressstoornis (PTSS), dwang- en eetstoornissen, verslaving en chronische pijn.

David Nutt, die vijftien jaar onderzoek naar psychedelica heeft verricht, biedt in zijn boek diepgaande informatie over de werking van middelen zoals MDMA, ayahuasca, paddo’s, LSD en ketamine. Zijn werk belicht de potentiële impact van deze stoffen op de geestelijke gezondheidszorg en hoe ze levens kunnen veranderen

Ook in Nederland is er een groeiende belangstelling voor het onderzoek naar de therapeutische toepassingen van psychedelica. Verdere studies en klinische onderzoeken kunnen belangrijke bijdragen leveren aan de behandeling van diverse psychische aandoeningen.

Bestel hier het boek van David Nutt.

Prof. David Nutt op het NedKAD-jubileumcongres

NedKAD is verheugd dat David Nutt op ons jubileumcongres “State of the Art and Beyond: Kwaliteit van de Zorg Nu en in Toekomst” een keynote en een masterclass geeft over het thema psychedelica als behandelmethode.

Dit speciale evenement markeert niet alleen een mijlpaal in de geschiedenis van NedKAD, maar biedt ook een uitstekende gelegenheid om te reflecteren, te leren en vooruit te kijken naar de toekomst van de geestelijke gezondheidszorg in Nederland. We onderzoeken niet alleen de huidige staat van de zorg, maar ook de innovaties en ontwikkelingen die onze benadering in de komende jaren zullen vormgeven.

Tijdens het congres worden belangrijke onderwerpen binnen de geestelijke gezondheidszorg besproken, waaronder de huidige stand van zaken en wetenschappelijke evidentie van behandelingen, evenals hun plaats in de nieuwe richtlijnen voor angst, dwang en depressie. Bovendien zullen toekomstige ontwikkelingen en cruciale conclusies voor behandelaren, patiënten, zorgverzekeraars en beleidsmakers aan bod komen.

Het thema psychedelica als medicijn kan hierbij natuurlijk niet ontbreken, en we zijn verheugd dat David Nutt zijn expertise komt delen.

Meer informatie over het congres en de inschrijving is hier te vinden.

Een gesprek over biomarkers en machine learning in de psychiatrie

Op 4 april 2024 behaalde Willem Bruin zijn doctoraat op een zeer actueel onderwerp: Biomarkers en machine learning in de Psychiatrie.

In zijn onderzoek heeft hij de relatie tussen biomarkers en machine learning in de context van de psychiatrie onderzocht. Maar wat zijn biomarkers eigenlijk? En waarom is machine learning zo boeiend en relevant voor de psychiatrie? In het volgende interview met NedKAD beantwoord Willem Bruin deze vragen en legt hij uit hoe deze bevindingen relevant kunnen zijn voor de behandeling van depressie en OCD.

Wat zijn biomarkers eigenlijk en waarom zijn ze interessant?

Biomarkers zijn meetbare kenmerken die afwijkingen in normale biologische processen in het lichaam of reacties op therapie aangeven. Ze kunnen van alles zijn, van bloedwaarden en urinetestresultaten tot specifieke patronen in hersenscans. Het interessante aan biomarkers is dat ze objectieve metingen bieden die kunnen helpen bij diagnostiek en het selecteren van de juiste behandeling in de psychiatrie. In een veld waar diagnoses vaak gebaseerd zijn op subjectieve ervaringen van patiënten en klinische observaties, kunnen biomarkers een objectieve basis bieden voor besluitvorming.

Hoe worden biomarkers toegepast in de psychiatrie?

In de psychiatrie wordt biomarkeronderzoek voornamelijk gebruikt om diagnostische en behandelingsgerelateerde informatie te verkrijgen. Door neuroimaging-technieken zoals MRI-scans te gebruiken, kunnen onderzoekers specifieke patronen in de hersenen identificeren die gerelateerd zijn aan bepaalde psychiatrische aandoeningen, of wijzen op een positieve uitkomst van een behandeling. Dit kan helpen bij het stellen van nauwkeurigere diagnoses en het voorspellen van behandelingsuitkomsten voor individuele patiënten.

Kun je een voorbeeld geven van hoe biomarkers worden toegepast?

Een voorbeeld is het gebruik van biomarkers bij de behandeling van behandelings-resistente depressie met elektroconvulsietherapie (ECT). Door specifieke patronen in hersenscans te identificeren, kunnen onderzoekers mogelijk voorspellen welke patiënten goed zullen reageren op deze behandeling, waardoor onnodige procedures kunnen worden vermeden en effectievere behandelingen kunnen worden ingezet.

Waarom heb je gekozen voor machine learning in je onderzoek?

Machine learning biedt de mogelijkheid om complexe patronen te ontdekken in grote hoeveelheden data. In de psychiatrie, waar de biologische basis van veel stoornissen nog grotendeels onbekend is, kan machine learning helpen bij het ontdekken van subtiele verbanden tussen biomarkers en ziekteprocessen die anders moeilijk te identificeren zouden zijn.

Kun je een voorbeeld geven van hoe je machine learning hebt toegepast in je onderzoek?

Een van de belangrijkste methoden die we hebben gebruikt, is neuroimaging, waarbij we MRI-scans hebben gebruikt om naar de hersenen te kijken. Door machine learning technieken toe te passen op deze structurele en functionele MRI scans, konden we patronen identificeren in hersenanatomie en activiteit die geassocieerd zijn met bepaalde psychiatrische aandoeningen, zoals depressie en obsessief-compulsieve stoornis.

Wat waren de belangrijkste bevindingen van je onderzoek?

Een belangrijke bevinding van mijn onderzoek is dat hoewel we potentieel waardevolle biomarkers hebben geïdentificeerd, het nog steeds een uitdaging is om deze biomarkers met voldoende nauwkeurigheid toe te passen in de klinische praktijk. Onze resultaten tonen aan dat factoren zoals medicatiegebruik en de heterogeniteit van psychiatrische stoornissen de nauwkeurigheid van biomarkermodellen kunnen beïnvloeden.

Een van de interessante bevindingen was dat hoewel we potentieel hebben gevonden voor het ontwikkelen van diagnostische biomarkers, de huidige nauwkeurigheid van deze modellen nog niet voldoet aan de vereiste standaard van 80%. Dit benadrukt de uitdagingen en complexiteit van het vinden van betrouwbare diagnostische biomarkers in de psychiatrie. Het voorspellen van behandelingsuitkomsten bij ECT in patiënten met behandelings-resistente depressie ging echter een stuk beter, en voldeed wel aan de 80% nauwkeurigheid.

Ik denk dat er nog veel potentieel is voor de ontwikkeling van biomarkers in de psychiatrie, maar er is ook nog veel werk te doen. Grootschalige studies met diverse populaties en longitudinale data zijn nodig om de generaliseerbaarheid van de gevonden biomarkers te waarborgen en hun klinische bruikbaarheid te valideren.

Wat zijn mogelijke toekomstige richtingen voor biomarkeronderzoek in de psychiatrie?

Een veelbelovende richting is het ontwikkelen van biomarkers voor differentiële diagnostiek, waardoor we niet alleen kunnen onderscheiden tussen gezonde individuen en patiënten, maar ook tussen verschillende psychiatrische stoornissen. Daarnaast is er behoefte aan grootschalige studies met diverse en representatieve populaties, waarbij verschillende soorten gegevens worden geïntegreerd, zoals genetica, klinische informatie en neuroimaging. Dit zal ons helpen om nauwkeurigere en robuustere biomarkers te vinden die daadwerkelijk kunnen worden toegepast in de klinische praktijk.

Korte bio

Willem Bruin voltooide een Bachelor of Science in Psychobiologie aan de Universiteit van Amsterdam in 2014, gevolgd door een Research Master in Biomedische Wetenschappen, gespecialiseerd in Neurobiologie, afgerond in 2017. Tijdens zijn studie voltooide hij twee onderzoeksstageprojecten aan het Academisch Medisch Centrum, met de nadruk op neuroimaging. Vervolgens deed hij een promotieonderzoek dat zich richtte op machine learning en MRI-gegevensanalyse voor psychiatrische patiënten. Na het afronden van zijn proefschrift werkte hij als postdoc-onderzoeker aan het Amsterdam UMC, waarna hij zijn onderzoek voortzette aan de Universiteit Leiden, met de focus op hersenmorfologie bij jeugdige angststoornissen en het toepassen van machine learning-technieken voor voorspellende psychiatrie.

Not Just Right Experiences en het verband met OCS

In de recente lunchwebinar, onderdeel van de OCDnet reeks gericht op psycho-educatie voor professionals in de geestelijke gezondheidszorg, sprak Aart de Leeuw (Altrecht) over de complexe wereld van ‘not just right experiences’ (NJRE) en gevoelens van onvolledigheid bij obsessief-compulsieve stoornis (OCS).

NJRE en gevoelens van onvolledigheid: een diepgaande analyse

Aart de Leeuw, psychiater bij Altrecht Academisch Angstcentrum, gaf een uitgebreide presentatie over NJRE en gevoelens van onvolledigheid. NJRE werden gedefinieerd als het onbestemde, onrustige gevoel dat iets niet klopt, vaak leidend tot herhaalde handelingen of rituelen. Gevoelens van onvolledigheid werden beschreven als de hardnekkige overtuiging dat handelingen of bedoelingen niet afgerond zijn, wat aanzet tot doorgaan tot een gevoel van volledigheid is bereikt.

De Leeuw benadrukte dat deze gevoelens veel voorkomen bij OCS, zelfs zonder duidelijke obsessies of angstgedachten. Dit kan verklaard worden door een mismatch tussen perceptie en interne referentiesignalen, of door disfunctionele cognities over de onverdraaglijkheid van NJRE.

De impact van NJRE en onvolledigheid op het dagelijks leven van mensen met OCS werd geïllustreerd aan de hand van patiëntenverhalen en casussen. Hieruit bleek dat deze gevoelens een grote invloed kunnen hebben op het functioneren en de kwaliteit van leven, en kunnen leiden tot aanzienlijk lijden.

Behandelperspectieven: een nieuwe focus

De traditionele behandeling van OCS, cognitieve gedragstherapie (CGT), richt zich vooral op het uitdagen van angstgedachten. Echter, bij OCS waarbij NJRE en onvolledigheid de belangrijkste drijfveren zijn, blijkt CGT minder effectief.

De Leeuw pleitte daarom voor een aangepaste aanpak, waarbij meer aandacht wordt besteed aan psycho-educatie over deze gevoelens. Exposure-oefeningen kunnen worden aangepast om specifiek NJRE en onvolledigheid te adresseren, bijvoorbeeld door de focus te leggen op habituatie (gewenning) en acceptatie van onrustige gevoelens. Ook kunnen specifieke interventies worden ontwikkeld om deze gevoelens direct aan te pakken, zoals mindfulness-oefeningen of het leren omgaan met onzekerheid.

Het belang van verder onderzoek en kennisdeling

De Leeuw benadrukte het belang van verder onderzoek naar NJRE en onvolledigheid bij OCS, met name het ontwikkelen van gevalideerde vragenlijsten en specifieke behandelprotocollen. Door kennis te delen en professionals te voorzien van de juiste tools, kunnen we de behandeling van OCS verbeteren en de kwaliteit van leven van mensen met deze aandoening verhogen.

Een waardevolle bron van informatie voor professionals

Het webinar over NJRE en onvolledigheid gaf waardevolle inzichten en praktische handvatten voor psychiaters, psychologen, psychotherapeuten en andere professionals die betrokken zijn bij de zorg voor mensen met OCS. Door de complexiteit van deze aandoening te erkennen en te blijven leren over nieuwe behandelperspectieven, kunnen we samen werken aan een betere toekomst voor mensen met OCS.

Video

De video-opnames van de OCDnet webinars zijn terug te kijken op het NedKAD-YouTube Kanaal.

Het Regiobeeld Psychische Problematiek is live

Het Regiobeeld Psychische Problematiek is live. Deze monitor brengt informatie uit verschillende bronnen bij elkaar over sociale factoren, regionale context en het gebruik van verschillende vormen van zorg en ondersteuning rondom psychische problematiek. Dit versterkt het integraal denken en doen en levert relevante informatie op voor regionale samenwerkingsverbanden en landelijke beleidsmakers op het gebied van psychische problematiek.

Ondersteuning vanuit het Regiobeeld

Voor het op de juiste manier interpreteren van data is het belangrijk deze aan te vullen met ervaringen vanuit de praktijk. Om de gebruiker hierbij te ondersteunen is er een gebruikersgids, kan begeleiding worden geboden, worden er webinars georganiseerd en kunt u met vragen terecht bij onze helpdesk. Op de ondersteunende Kennispagina Psychische Problematiek kunt u meer informatie vinden.

Het regiobeeld wordt ontwikkeld door het RIVM, KPMG en Kenniscentrum Phrenos in opdracht van het ministerie van VWS en de VNG.

 Wil je meer weten of heb je vragen?

Jubileumcongres van de Angst Dwang en Fobie Stichting op 31 mei

De angst, dwang en fobie stichting kondigt met genoegen haar jubileumcongres aan, dat zal plaatsvinden op 31 mei 2024 in het congres- en zalencentrum Antropia te Driebergen. Dit mooie evenement biedt een platform voor patiënten, naasten, geïnteresseerden en professionals om hun kennis te vergroten, ervaringen te delen en waardevolle verbindingen te smeden.

Het programma omvat een rijk scala aan workshops en lezingen, gepresenteerd door vooraanstaande experts en ervaringsdeskundigen op het gebied van angst, dwang en fobieën. De inhoudelijke sessies belichten zowel theoretische inzichten als praktische benaderingen, met een focus op het bevorderen van begrip en het aanreiken van effectieve strategieën voor coping en behandeling.

Tussen de educatieve sessies door wordt er een uitgebreide lunch aangeboden, waar deelnemers de gelegenheid hebben om informeel te netwerken en ervaringen uit te wisselen. Deze momenten van ontmoeting dragen bij aan het versterken van het onderlinge begrip en de ondersteunende gemeenschap rondom angst, dwang en fobieën.

Het jubileumcongres staat open voor professionals in de gezondheidszorg en biedt accreditatie voor deelnemers die hun kennis willen vergroten en officiële punten willen verdienen voor hun voortgezette professionele ontwikkeling.

Het hoogtepunt van het evenement zal niet alleen liggen in de inhoudelijke verdieping, maar ook in het vieren van de kracht van ervaringsdeskundigheid en de waarde van samenwerking tussen alle belanghebbenden in het veld.

Wij kijken ernaar uit om deze mijlpaal met jullie te vieren en zien jullie dan ook graag op het jubileumcongres.

Klik hier voor meer informatie over het programma van de dag en om je aan te melden.

Hoe Antidepressiva Hersenen Helpen bij Depressie en Angst: Nieuwe Inzichten

Depressie en angst zijn veelvoorkomende uitdagingen die een enorme impact kunnen hebben op het leven van mensen. Recent onderzoek wijst uit dat deze problemen niet alleen te maken hebben met een “chemische onbalans” in de hersenen, maar ook met hoe verschillende delen van de hersenen met elkaar samenwerken. Een interessante invalshoek is de dynamische herconfiguratie van hersennetwerken, wat verwijst naar de flexibiliteit waarmee verschillende hersengebieden samenwerken in verschillende functionele netwerken. Een studie, gepubliceerd in Psychiatry Research, biedt nieuw inzicht in deze complexe dynamiek en de invloed van antidepressiva op deze processen.

Het onderzoek, uitgevoerd door een team van neurobiologen en psychiaters, betrok een grote steekproef van 207 volwassenen, bestaande uit individuen met een huidige Major Depressieve Stoornis (MDD) en/of angststoornis, samen met controles. Ze verdeelden de deelnemers in groepen: sommigen gebruikten antidepressiva en anderen niet. De resultaten zijn interessant en bieden nieuwe inzichten.

Wat bleek? Er was niet echt een groot verschil in hoe de hersenen van mensen met depressie of angst werkten in vergelijking met mensen zonder deze problemen. Dit suggereert dat de manier waarop de hersenen werken bij mensen met deze stoornissen niet per se anders is, maar dat er iets anders aan de hand is.

Het meest opvallende resultaat was echter dat mensen die antidepressiva gebruikten, flexibelere hersenen hadden. Dit betekent dat hun hersenen beter kunnen schakelen tussen verschillende taken. Het lijkt er dus op dat antidepressiva niet alleen invloed hebben op de ‘chemie’ van de hersenen, maar ook op hoe verschillende delen van de hersenen met elkaar communiceren.

Hoewel de precieze mechanismen achter deze effecten nog moeten worden opgehelderd, bieden deze bevindingen waardevolle inzichten in hoe antidepressiva werken om symptomen van depressie en angst te verbeteren. Het suggereert dat deze medicijnen mogelijk niet alleen biochemische onevenwichtigheden corrigeren, maar ook de dynamische interacties tussen hersengebieden moduleren. Toekomstig onderzoek is nodig om deze processen verder te onderzoeken en hun klinische relevantie te begrijpen.

Het onderzoek is gepubliceerd in Psychiatry Research.

Onderzoek naar verbondenheid tussen adolescenten met een depressie en hun ouders

In haar promotieonderzoek naar de dynamiek tussen ouders en adolescenten, richtte Mirjam Wever zich op de neurale correlaten van verbondenheid, empathie en oogcontact binnen gezinsinteracties. Dit onderzoek werpt licht op de rol van deze factoren bij het begrijpen wat er in het brein gebeurt bij ouders en jongeren met en zonder depressie. Ook draagt het indirect bij aan kennis om behandelingen van depressie bij adolescenten aan te scherpen, met name wanneer dit is gericht op het verbeteren van de gezinsdynamiek. In het interview met NedKAD deelt Mirjam enkele bevindingen en de implicaties ervan voor de klinische praktijk en toekomstig onderzoek.

Waarover ging je onderzoek?

Mijn onderzoek concentreerde zich voornamelijk op het onderzoeken van de neurale correlaten en beleving van verbondenheid tussen ouders en adolescenten. Dit is een onderwerp waar nog relatief weinig onderzoek naar is gedaan. We hebben specifiek gekeken naar situaties die zich tijdens de adolescentie voordoen tussen ouders en adolescenten, waarbij we de verbondenheid effectief konden meten.

Welke benadering heb je gebruikt in je onderzoek?

We hebben ons gericht op oogcontact tussen ouders en adolescenten, evenals op de empathie van ouders. Het onderzoeksproject RE-PAIR richt zich breed op de invloed van gezinsdynamiek in situaties waarin een adolescent depressief is. We willen begrijpen hoe de interacties tussen ouders en adolescenten de depressie kunnen beïnvloeden, maar ook hoe ouders kunnen worden ondersteund om hun kinderen optimaal bij te staan. Mijn onderzoek omvatte zowel subjectieve maten als het meten van oogbewegingen en functionele neuroimaging. Op deze manier konden we de subjectieve beleving en neurale reacties in het brein van ouders en adolescenten tijdens verschillende interacties te meten en onderzoeken hoeveel oogcontact ze daadwerkelijk met elkaar maakten.

Wat waren je bevindingen met betrekking tot oogcontact en empathie?

We hebben vastgesteld dat oogcontact over het algemeen een positief effect heeft op de stemming van mensen, maar bij jongeren met een depressie bleek dit effect niet aanwezig te zijn. Dit suggereert dat depressie de perceptie van oogcontact kan veranderen en het moeilijker kan maken voor jongeren om hierdoor een beter gevoel te krijgen. Wat betreft empathie hebben we ontdekt dat ouders in de adolescentie andere vaardigheden nodig hebben om op een empathische manier te reageren op de ervaringen van hun kinderen, vooral omdat adolescenten zich steeds meer losmaken van hun ouders. Ouders maken minder direct de ervaringen van hun adolescente kinderen mee en moeten zich kunnen inleven op basis van verhalen die hun kinderen vertellen. Dat vergt andere, meer cognitieve, vaardigheden dan wanneer je als ouder direct getuigen bent van zo’n situatie. Deze bevindingen werden ondersteund door zowel observaties van oogbewegingen als neurobiologische metingen.

Wat zijn de implicaties van jouw onderzoek in de klinische praktijk?

Ons onderzoek kan bijdragen aan de ontwikkeling van interventies en ondersteuningsprogramma’s voor ouders van depressieve adolescenten. Het is belangrijk dat ouders weten dat jongeren die depressief zijn meer moeite hebben om optimaal te profiteren van contact en dat ze leren hoe ze effectief kunnen communiceren en steun kunnen bieden aan hun kind tijdens een depressie. Daarnaast benadrukken we het belang van het inleven in zowel negatieve als positieve situaties, omdat dit kan bijdragen aan het versterken van de ouder-kindrelatie. Deze bevindingen hebben directe implicaties voor de praktijk van psychologen, therapeuten en andere zorgverleners die werken met gezinnen waarin een depressieve adolescent aanwezig is.

In het kader van het RE-PAIR project is in samenwerking met GGZ-instellingen een cursus ontwikkeld. Deze cursus richt zich op ouders van jongeren met een depressie, met als doel hen meer inzicht te verschaffen en concrete handvatten te bieden hoe ze hun kind het beste kunnen ondersteunen. Professor Elzinga, die verantwoordelijk is voor de subsidie van dit onderzoeksproject, heeft samen met andere experts een boek hierover geschreven: Samen Sterk.

Wat voor vervolgonderzoek doe je?

Mijn vervolgonderzoek richt zich op verschillende aspecten. We onderzoeken hoe depressieve adolescenten reageren op het zien van zichzelf en anderen in de scanner, met behulp van eye tracking en video’s. Verder bestuderen we of er verschillen zijn tussen ouders van depressieve jongeren en niet-depressieve jongeren in hoe empathisch zij reageren wanneer zij zich inbeelden dat hun kind iets onprettigs meemaakt. Dit werk maakt deel uit van mijn postdoctoraal onderzoek. Mijn volgende stap is het onderzoeken van angst en depressie bij meisjes, met speciale aandacht voor de sterke stijging van geslachtshormonen tijdens de adolescentie.

Korte Bio

Mirjam Wever behaalde haar Bachelor in Psychobiologie (2012) aan de Universiteit van Amsterdam en haar Research Master in Neurowetenschappen (2014) aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Ze werkte als onderzoeksassistent bij het Image Sciences Institute in het lab voor Voedingsneurowetenschappen, UMC Utrecht. Vervolgens werkte ze als onderzoeksassistent bij Rintveld Eetstoornissen, Zeist. In 2017 begon Mirjam haar promotieproject bij de afdeling Klinische Psychologie aan de Universiteit Leiden. Ze verdedigde haar proefschrift op 11 januari 2024.

I see you. Insights into the neural and affective signatures of connectedness between parents and adolescents.

STAIRS programma: Herstellen van een depressie

Het STAIRS programma is opgezet als ondersteuning van patiënten die herstellen van een depressie. Het evenwicht in je leven kan door een depressie flink verstoord zijn. Ook als de depressie zelf een stuk minder is dankzij behandeling, ervaren veel mensen nog allerlei gevolgen in hun leven. Allerlei dingen die eerder prima konden, blijken na een depressie soms een stuk lastiger te zijn.

Welke blijvende gevolgen je ook ervaart, ze kunnen allemaal het beeld dat je van jezelf hebt veranderen. Dit betekent dat je op zoek moet naar manieren om weer naar tevredenheid te kunnen leven, ook al zijn er misschien nog gevolgen van de depressie aanwezig. Om hierbij te ondersteunen ontwikkelde een projectgroep met clinici en ervaringsdeskundigen samen STAIRS.

In het STAIRS programma werk je samen met anderen aan verschillende aspecten die beïnvloed zijn door de depressie. Deze aspecten zijn verwerkt in de volgende 8 modules:
⁃ gevolgen van de depressie,
⁃ structuur,
⁃ ontspanning,
⁃ verbinding maken,
⁃ (zelf)stigma,
⁃ zelfbeeld,
⁃ zingeving en
⁃ terugvalpreventie.

Elke module bestaat uit een groepsbijeenkomst waarin je met elkaar ervaringen uitwisselt en oefeningen doet, en een thuiswerkopdracht waarmee je thuis verder werkt aan datgene wat in de bijeenkomst is geleerd.

Sinds kort wordt de module ook online aangeboden. Aanmeldingen welkom! Het programma is ontwikkeld samen met ervaringsdeskundigen, en wordt gegeven door een koppel van hulpverlener en ervaringsdeskundige.

Het project is een samenwerking van het UMCG Groningen, de Hanzehogeschool Groningen, MIND en Alles Goed.

Website over de STAIRS-training.

Informatie over het onderzoek.

OCDnet webinar: Obsessieve en normale twijfels onderscheiden

Op 29 februari 2024 hield Henny Visser, psychotherapeut en gedragstherapeut bij Amsterdam UMC, een boeiend webinar over een cruciaal onderwerp in de behandeling van OCD: het onderscheiden van obsessieve en normale twijfels. Henny Visser heeft een sleutelrol gespeeld in het introduceren van de inference based approach (IBA) voor de behandeling van obsessief-compulsieve stoornis (OCD) in Nederland, met haar baanbrekende werk dat begon met het onderzoek naar de effectiviteit van IBA en leidde tot het project arrIBA (Alternative treatment to Reduce chronicity in OCD: Research Into Brain response and Adequacy of Treatment) na een succesvolle subsidieaanvraag.

Het webinar bood inzichten in de kern van OCD, waarbij dwang draait om twijfel, specifiek het betwijfelen van de veiligheid en normaliteit van alledaagse situaties. Henny Visser illustreerde dit met voorbeelden die de complexiteit van obsessieve twijfel benadrukten, zoals het voortdurend controleren of een deur wel op slot zit, zelfs nadat deze vergrendeld is, of het betwijfelen van de intentie achter eenvoudige handelingen zoals het verschonen van een luier.

Belangrijk was het inzicht dat obsessieve twijfel altijd draait om het betwijfelen van de waarneembare realiteit, ongeacht het onderwerp. Deze twijfel leidt tot dwanghandelingen die volstrekt overbodig zijn omdat alles in orde is. Het probleem ontstaat doordat mensen met OCD zich laten meeslepen door wat zou kunnen zijn, in plaats van te vertrouwen op wat er werkelijk is.

IBA richt zich op het oplossen van deze twijfel door patiënten bewust te maken van hun OCD-redeneerproces. Dit omvat het observeren van hun dwangmatige gedachten en het herkennen van de rol van verbeelding en twijfel in deze processen. Door zich te richten op waarneming, zelfkennis en gezond verstand, leren patiënten hun aandacht te verleggen van obsessieve gedachten naar de realiteit van het hier en nu.

De webinar benadrukte het belang van psycho-educatie en het trainen van aandachtsvaardigheden als essentiële componenten van de IBA-behandeling. Door patiënten te helpen hun obsessieve twijfels te begrijpen en te herkennen, kunnen ze leren om zich niet te laten meeslepen door verbeelding en hun aandacht te richten op wat werkelijk relevant is.

Het webinar bood niet alleen inzicht in de complexiteit van OCD, maar ook hoop voor degenen die lijden aan deze stoornis. Met de juiste behandeling en begeleiding kunnen patiënten leren om hun obsessieve twijfels te overwinnen en een leven te leiden dat niet langer wordt beheerst door dwangmatige gedachten en handelingen.

Samen met ervaringsdeskundige Maartje Punt schreef Henny Visser het boek “Behandeling van OCD. Inclusief de Inference Based Approach: Een Nieuwe Behandelmethode voor Dwangklachten”. Eerder verscheen op NedKAD een nieuwsbericht over dit boek, hier te lezen.

Meer informatie over IBA is ook te vinden in dit deskundigenartikel op OCDnet.

Plekken in Nederland waar IBA als behandeling geboden wordt:

  • Mondriaan Maastricht
  • Pro Persona Nijmegen
  • GGZ Drenthe
  • GGZ Centraal Hilversum afdeling Algemene Specialistische Polikliniek
  • PsyQ Groningen
  • Amsterdam AMC afdeling Psychiatrie Angst en Dwang

Website van de ArrIBA studie