Skip to main content

Archieven: Nieuws

Uitdagend opvoedgedrag leidt tot minder angst bij kinderen

De kinderen van ouders, en dan vooral vaders, die hun kinderen “uitdagend” opvoeden, zijn op latere leeftijd minder bang. Juist kinderen die in aanleg angstig zijn, lijken daar voordeel van te ondervinden. Dat concluderen UvA-pedagogen Mirjana Majdandži?, Wieke de Vente, Cristina Colonnesi en Susan Bögels.

Je kind even omhooggooien en weer opvangen, op een spannend klimrek laten spelen, samen een kussengevecht houden: het zijn allemaal voorbeelden van “uitdagend” opvoedgedrag. “In de praktijk zijn het meestal de vaders die dit gedrag vertonen”, vertelt onderzoeker Mirjana Majdandži? vanuit een speciaal ingerichte onderzoeksfaciliteit aan de Universiteit van Amsterdam.

De onderzoeker beschrijft een taak waarin ouder en kind op een mat met kussens zitten. “Hier zeiden we tegen de ouders dat ze vrij waren om samen met hun kind te spelen zoals ze dat zelf wilden.” De vader initieert vrijwel meteen een kussengevecht met zijn kind, terwijl in een ander filmpje te zien is hoe de moeder samen met haar zoon gaat kijken welke dierenplaatjes er op de kussens staan.

Het belang van het onderzoek legt Majdandži? als volgt uit: “Als kinderen jong angstig zijn, lopen ze meer risico om later angststoornissen te ontwikkelen. Er is al veel onderzoek gedaan naar risicofactoren voor het ontwikkelen van angst, maar nog weinig naar factoren die het risico op latere angst juist verkleinen. We hebben het begrip “uitdagend opvoedgedrag” bedacht en meetinstrumenten ontwikkeld om het te meten. We verwachtten dat meer uitdagend opvoedgedrag, vooral van vaders, leidt tot minder angst bij het kind.”

Het zou volgens Majdandži? goed zijn als consultatiebureaus, hulpverleners et cetera ouders kunnen voorlichten over de positieve effecten van uitdagend opvoedgedrag, en dan vooral door de vader. “Laat je kind maar “enge” dingen proberen zoals hoge klimrekken. En rem ook je partner niet af als die het kind uitdaagt.”

Lees het hele interview met Majdandži? op UVA.nl

Bron: UVA

Afwijkende witte stof in hersenen bij depressie

Zijn er verschillen in de witte stof in de hersenen van mensen met depressie? Deze vraag onderzocht Laura van Velzen in haar proefschrift the stressed and depressed brainZij promoveerde 11 januari op dit onderwerp bij het Amsterdam Universitair Medisch Centrum.

Tijdens haar promotieonderzoek keek ze met behulp van MRI’s naar verschillen in de hersenen tussen gezonde deelnemers en deelnemers met een depressie of angststoornis. Van Velzen: “Ik heb onder andere gekeken naar de verbindingen tussen verschillende hersengebieden, de zogenoemde witte stof.” De resultaten laten vooralsnog een globale, maar subtiele afwijking zien in de witte stofstructuur bij mensen met depressieve klachten.

Communicatie hersengebieden verstoord

Als er schade is aan de witte stof, raakt de communicatie tussen hersengebieden mogelijk verstoord. Wat kan leiden tot psychische klachten, zoals depressie en angst. Vooral bij deelnemers met meerdere depressieve periodes was er een afwijking te zien. “Dit zou erop kunnen wijzen dat elke depressieve episode zorgt voor extra schade aan het brein,” aldus Van Velzen. “Ook zouden veranderingen in witte stof mensen kwetsbaar kunnen maken om meerdere depressieve episoden te ontwikkelen.”

Aanzet tot verder onderzoek

Ondanks deze conclusie geeft haar promotieonderzoek geen sluitend antwoord op hoe de witte stof precies werkt bij mensen met depressie. Zo is er meer onderzoek nodig om te kijken of de witte stof herstelt na behandeling, bijvoorbeeld nadat een patiënt antidepressiva heeft gebruikt. Ook is het volgens de onderzoekster interessant om onder de loep te nemen wat er op celniveau gebeurt bij deze schade.

ENIGMA depressie consortium

Van Velzen deed het onderzoek binnen het ENIGMA depressie consortium: een samenwerkingsverband waarin 20 internationale onderzoeksgroepen hun krachten bundelen. Door deze internationale samenwerking kon de grootste studie wereldwijd plaatsvinden naar afwijkingen in witte stof bij depressies.

 

Bron: Amsterdam Universitair Medisch Centrum, Afwijkende structuur witte stof in de hersenen bij mensen met depressie

Depressie Vereniging heeft een vacature landelijk coördinator supportgroepen

De Depressie Vereniging is de afgelopen jaren gegroeid en onderneemt een aantal continue activiteiten en projecten. Voorbeelden zijn:
* lotgenotencontacten door middel van supportgroepen (inmiddels een landelijk netwerk van 70 groepen)
* informatievoorziening via de website, via mailcontacten en (thema)bijeenkomsten
* advies over en deelname aan onderzoek op het terrein van depressie.
De Depressie Vereniging is een vrijwilligersorganisatie. De meeste vrijwilligers zetten zich in als gespreksbegeleider voor de supportgroepen. Daarnaast zijn er nog vrijwilligers actief op het bureau en in de pr, bij onderzoek en in de informatievoorziening.

Vanwege de groei van het netwerk supportgroepen van de Depressie Vereniging zijn we op zoek naar een proactieve landelijk coördinator supportgroepen.

De medewerker fungeert als een belangrijke spil in het netwerk supportgroepen en draagt bij aan de verdere kwaliteitsverbetering en groei van het netwerk supportgroepen van de Depressie Vereniging.

Verantwoordelijkheden en taken

– Contact onderhouden met en aanspreekpunt zijn voor de regiocoördinatoren
– Ondersteunen regiocoördinatoren bij werving en vinden van locaties
– Overnemen van taken (soms tijdelijk) regiocoördinatoren door uitval
– Uitbreiden netwerken gespreksbegeleiders
– Verbeterprocessen sturen en structuur bewaken i.s.m. regiocoördinatoren
– Registreren in administratiesysteem AFAS
– Monitoren status groepen
– Contactpersoon training nieuwe gespreksbegeleiders
– Organiseren van intervisiebijeenkomsten i.s.m. regiocoördinatoren en PGOsupport
– Organiseren landelijke terugkomdag gespreksbegeleiders
– Deelnemen aan en voorbereiden van de Stuurgroep Supportgroepen

Kennis en ervaring

• Opleiding op HBO/WO niveau
• Aantoonbare interesse of kennis op het gebied van (geestelijke) gezondheid
• Ervaring met het organiseren van evenementen/bijeenkomsten
• Makkelijk met systemen kunnen werken
• Gevoel hebben voor het werken in een vrijwilligersorganisatie

Gedragscompetenties

• Samenwerken
• Initiatief
• Plannen en organiseren
• Flexibiliteit
• Zorgvuldig
• Humor

De Vereniging heeft een klein bureau in Amersfoort. Aan het hoofd van het bureau staat de directeur van de Vereniging. Bij de uitvoering van je taken werk je nauw met haar samen. De Depressie Vereniging is lid van MIND Landelijk Platform Psychische Gezondheid.

De medewerker wordt in eerste instantie aangesteld voor een periode van een half jaar voor 32 uur per week van 1 februari 2019 – 31 juli 2019. Gedeeltelijk thuis werken behoort tot de mogelijkheden. De functie is ingeschaald in schaal 8 van de CAO Sociaal Werk (min. €2.544- max. €3.624 op basis van een 36-urige werkweek).

Spreekt deze functie je aan en wil je actief bijdragen aan de groei van de Depressie Vereniging stuur dan je CV en motivatie voor 20 januari naar Nathalie Kelderman: n.kelderman@depressievereniging.nl, 06-53266806 (di t/m do). Ook voor vragen kan je bij haar terecht.

Download de Vacaturelandelijkcoordinatorsupportgroepen

Medicijnonderzoek bij depressie en schizofrenie blijft lastig

Hoe kan men de slagingskans vergroten van onderzoek naar medicijnen voor depressie en schizofrenie? Deze vraag onderzocht promovendus Joep Schoemaker in zijn proefschrift ‘Methods for efficient drug development in neuropsychiatric diseases’. Er is namelijk veel onderzoek gedaan naar effectieve medicijnen voor psychische aandoeningen, maar onderzoekers ondervinden steeds tegen dezelfde problemen.

In het geval van depressie zijn er vele studies verricht om betere medicijnen te vinden. Doorgaans zijn dit “gerandomiseerde, dubbelblinde” onderzoeken. Hierbij krijgt de ene groep een pil met werkzame stof en de andere groep een placebo. Deelnemers komen willekeurig in een van de groepen terecht; verschillen die mogelijk invloed hebben op de werking van het middel worden zo weggenomen. Patiënt én arts weten beiden niet welke pil is gegeven.

Probleem: patiënten reageren vaak goed op placebo’s

Een terugkerend probleem bij dit soort onderzoeken is dat patiënten vaak goed reageren op een placebo. Dat maakt het lastig om hard te maken dat een proefmedicijn daadwerkelijk klachten vermindert. Hoe kan het dat een placebo vaak zo goed aanslaat? Dit probeerde Schoemaker duidelijk te krijgen door bestaande studies te vergelijken. Hij zocht naar een factor die verklaart waarom mensen met depressieve klachten vaak goed opknappen van een nepmedicijn.

Geen factor die de kans op placebo-respons beïnvloedt

Schoemaker vergeleek de resultaten van alle meta-analyses. Zijn conclusie: er is (vooralsnog) geen factor te vinden die de kans vergroot of juist vermindert dat patiënten opknappen door een nepmedicijn. “Voorlopig zullen we ons erbij moeten neerleggen dat de respons op placebo onvoorspelbaar is” stelt hij tegenover Univers (het onafhankelijke, crossmediale platform van Tilburg University).

Patiënten stoppen te vroeg met medicijnen voor schizofrenie

Ook bij onderzoek naar schizofrenie-medicijnen lopen onderzoekers tegen problemen aan. Zo stoppen patiënten voortijdig met slikken van hun pillen. “Antipsychotica hebben meestal een redelijk effect op de meest prangende symptomen,” legt Schoemaker uit. “Wat vooral verbazing wekt, is dat ook tevreden patiënten vaak afhaken”.

Geen duidelijke verklaring voor stoppen medicijnen

Om het raadsel op te lossen vergeleek hij data van meer dan 1200 patiënten uit een afgerond onderzoek. Maar hoe Schoemaker ook alle mogelijke factoren wikte en woog, verklaren kon hij het niet. Om zinnige uitspraken te kunnen doen, blijft het belangrijk grote groepen patiënten te betrekken bij studies.

Bron: Medicijnonderzoek depressie en schizofrenie blijft lastig | Univers, het onafhankelijke, crossmediale platform van Tilburg University.