Nederlands Kenniscentrum Angst, Dwang, Trauma en Depressie

Risicofactoren suïcidale gedachten bij LHBTQ+-jongeren blootgelegd

15 juni 2022

Afwijzing, pesten en discriminatie vergroten het risico op suïcidale gedachten bij LHBTQ+-jongeren. Zo concludeert Jennifer de Lange, promovenda aan de Rijksuniversiteit Groningen, in haar proefschrift. “Mensen die niet heteroseksueel en/of cisgender zijn, lopen groter risico op  gedachten aan zelfdoding en pogingen. Minderheidsstress is een factor die hierin een rol speelt. Aan ons de eer om een aantal vragen te stellen over haar promotieonderzoek.

Denk je zelf aan zelfmoord? Of is er iemand in je omgeving om wie jij je zorgen maakt? Bel met 113 (gebruikelijke belkosten) of 0800-0133 (gratis). Liever chatten? Dat kan via www.113.nl

Wat onderzocht u in uw onderzoek?

“Mijn onderzoek richt zich op risico’s en beschermende factoren bij suïcidaliteit onder LHBTQ+-jongeren en jongvolwassenen”, begint De Lange haar uitleg. “Het gaat dan om mensen die onder andere lesbisch, bi, homo, transgender, of non-binair zijn. Zij kampen vaker dan heteroseksuele en cisgender personen met gedachten aan zelfdoding. Hoe komt dat? In mijn studie zoom ik in op coping, minderheidsstress en sociale steun. Bovendien bekijk ik hoe de hulpverlening bij suïcidaliteit wordt ervaren.”

Minderheidsstress risicofactor voor suïcidale gedachten bij LHBTQ+-jongeren

Uiteraard zijn er meerdere risicofactoren in het spel, maar in het proefschrift is er vooral gekeken naar minderheidsstress.. De Lange: “Onder Minority Stress verstaan we de afwijzing vanuit de maatschappij vanwege de seksuele oriëntatie of de genderidentiteit. Dit uit zich bijvoorbeeld in pesten, discriminatie en vooroordelen. We krijgen soms het beeld dat LHBTQ-groepen volledig worden geaccepteerd, maar niets is minder waar. Recent verscheen er nog een rapport van het SCP dat de acceptatie stagneert. Er worden bepaalde stigma’s in de samenleving levende gehouden. Sommige mensen internaliseren die stigma’s, wat resulteert in een negatiever zelfbeeld of schaamte.”

Opzet studies: meta-analyse tot focusgroepen

De Lange’s promotieonderzoek valt uiteen in vier deelstudies. De eerste was een meta-analyse van eerdere studies naar suïcidale gedachten bij LHBTQ+-jongeren. De belangrijkste conclusie? Negatieve bejegening door familie, pesten en victimisatie hielden verband met hogere suïcidaliteit. Daarnaast deed ze twee deelstudies waarbij ze gebruikmaakt van Vlaams-Nederlands data, waarbij coping, minderheidsstress en sociale steun onder de loep neemt. De vierde studie tenslotte keek naar ervaringen en behoeften rondom sociale steun en psychische hulpverlening. De Lange: “We interviewden hiervoor lhbtq-jongvolwassenen die vroeger last hadden van suïcidale gedachten en ouders van lhbtq-kinderen. Ook betrokken we hulpverleners erbij door focusgroepen te houden.”

Hulpverlening voldoet (nog) niet aan behoeften LHBTQ+-jongeren

“Belangrijkste conclusie van mijn laatste deelonderzoek was dat hulpverlening nog niet tegemoet komt aan de behoeften van de doelgroep. Velen ervoeren dat de zorgprofessionals niet goed wisten of onvoldoende ingingen op zaken rondom seksualiteit en genderidentiteit. Ze vinden dat hulpverleners zich beter bewust moeten zijn van hoe het is om als LHBTQ+-jongeren op te groeien in een cis-normatieve samenleving. Dat je begrijpt wat je allemaal mee kunt maken. Da’s dus een stukje bewustwording; aan de andere kant heb je ook het gebrek aan kennis. Dit geven de hulpverleners ook aan in de focusgroepen.

Lhbtq-jongvolwassenen, ouders en hulpverleners gaven aan dat er meer training op dit gebied nodig is, bijvoorbeeld over inclusief taalgebruik. En ook op het gebied van suïcidaliteit is er ook veel te winnen: hulpverleners gaven aan dat er behoefte is aan training gericht op het herkennen en bespreken van suïcidaliteit. En ook vrijwilligers vanuit LHBTQ+-organisaties willen leren om suïcidaliteit te herkennen, zodat ze naar de juiste instantie kunnen doorverwijzen.”

Wat waren andere belangrijke conclusies?

“Dat steun vanuit familie een heel belangrijke factor is”, aldus De Lange. “Als de jongeren steun ervaren vanuit familie, hadden ze een minder hoog risico op gedachten aan zelfdoding. Dit geeft aan dat het goed is om de pijlen verder te gooien. Om te onderzoeken hoe je opvoeders/ouders bereikt die afwijzend staan tegenover hun kinds seksuele oriëntatie of genderidentiteit.

Meer weten?

Wil je meer weten over suïcidale gedachten bij LHBTQ+-jongeren? Op 2 juni verdedigde Jennifer de Lange haar proefschrift getiteld ‘Suicidality among sexual and genderminority youth. Minority stress and mental healthcare’ bij de Rijksuniversiteit Groningen. Lees nu online het hele proefschrift of de Nederlandse samenvatting. Haar onderzoek werd gesubsidieerd door ZonMw. Jennifer de Lange studeerde Social Work aan Zuyd Hogeschool, waarna ze doorstroomde naar Jeugdstudies aan de Universiteit of Utrecht.