Patroondiagnostiek: complexiteit hanteerbaar maken in de dagelijkse diagnostiek
Diagnoses hebben een belangrijke functie in de ggz. Ze geven taal aan klachten, helpen om zorg te organiseren en kunnen richting geven aan behandeling. Tegelijk blijft er een bekend probleem: veel psychische klachten zijn complex, veranderen door de tijd en hangen sterk samen met iemands context. Dan voelt een diagnose soms te grof: het zegt wél iets over “wat iemand heeft”, maar minder over hoe dit bij deze persoon werkt en waarom het blijft bestaan.
In een recent open-access artikel werkt promovendus Jim Driessen een belangrijk deel van de theorie uit achter patroondiagnostiek, in aansluiting op het idee van probleem-in-stand-houdende patronen. Tijdens de NedKAD-conferentie 2025 presenteerde Annemarie Mulder al over dit bredere perspectief. Dit artikel zoomt in op een kernvraag: hoe maak je diagnostiek beter passend bij individuele casussen, zonder dat het onwerkbaar wordt in de dagelijkse praktijk?
Diagnostiek als “model bouwen”
Het artikel beschrijft diagnostiek als het maken van een klinisch bruikbaar model: een samenhangende uitleg die helpt om keuzes te maken, verwachtingen te bespreken en verandering te volgen. In theorie verloopt dit als een soort onderzoekscyclus: je observeert, vormt ideeën, toetst ze en stelt bij.
Maar die cyclus werkt alleen goed als het onderliggende denkkader voldoende aansluit bij de werkelijkheid van individuele mensen. En precies daar zit volgens de auteur een vertalingsprobleem: veel gangbare kaders leveren vooral kennis op op groepsniveau, terwijl de clinicus bij één persoon juist wil begrijpen wat in deze situatie de belangrijkste samenhang en ‘motor’ van het probleem is.
Waarom schieten bestaande classificaties soms tekort?
Het artikel bespreekt dat classificatiesystemen zoals de DSM veel hebben gebracht (bijvoorbeeld een gedeelde taal), maar dat ze ook beperkingen hebben als je ze gebruikt om individuele problematiek te begrijpen. Denk aan:
- grote verschillen tussen mensen met dezelfde diagnose,
- comorbiditeit,
- en de vraag hoe je context (relaties, werk, stress, lichamelijke factoren) voldoende meeweegt.
Een belangrijk risico is dat een diagnose te snel als ‘ding’ wordt gezien dat de klachten veroorzaakt (“ik ben verdrietig door mijn depressie”), terwijl problemen in werkelijkheid vaak ontstaan en blijven bestaan door wisselwerkingen tussen meerdere factoren.
Vijf eisen voor een bruikbaar diagnostisch raamwerk
Om de kloof tussen theorie en praktijk te verkleinen, formuleert het artikel vijf uitgangspunten waaraan een kader moet voldoen. Het moet rekening houden met:
- Context: klachten worden mede gevormd door lichaam, omgeving, relaties, omstandigheden.
- Samenhang: factoren beïnvloeden elkaar; één factor krijgt betekenis door interacties met andere factoren.
- Tijd: problemen ontwikkelen zich; klachten kunnen plots veranderen of juist langdurig stabiel zijn.
- Detailniveau: je hebt soms grove begrippen nodig (bv. “somberheid”), soms juist fijnmazige beschrijvingen (moment-tot-moment).
- Praktische bruikbaarheid: het moet eenvoudig genoeg zijn om écht te gebruiken, een gedeelde taal bieden en klinische beslissingen ondersteunen.
Het idee van probleem-in-stand-houdende patronen
De centrale gedachte in het artikel is: probeer psychische problemen te begrijpen als een patroon van terugkerende wisselwerkingen tussen factoren (biologisch, psychologisch en sociaal) die herstel steeds tegenwerken.
Dat kan eruitzien als een “lus” die zichzelf versterkt, bijvoorbeeld:
- spanning → slecht slapen → minder draagkracht → meer piekeren → nog meer spanning,
of: - vermijden → kortdurende opluchting → minder oefenen/meer angst → meer vermijden.
Het gaat dus niet om één oorzaak, maar om hoe onderdelen elkaar in stand houden. Het patroon is bovendien persoonlijk en contextgebonden: wat bij de één centraal staat, kan bij de ander bijzaak zijn.
Samen uitwerken, stap voor stap
Het artikel pleit voor een samenwerkende aanpak, waarin professional en cliënt samen een model opbouwen dat zowel herkenbaar als bruikbaar is. Globaal beschrijft het artikel drie stappen:
- Relevante factoren verzamelen
Informatie komt uit meerdere bronnen: gesprekken, observaties, vragenlijsten, dossierinformatie en eventueel input van naasten. Daarbij let je ook op context en verloop door de tijd. - Samenhang en richting verkennen
Vervolgens wordt in kaart gebracht hoe factoren elkaar beïnvloeden. Het artikel noemt hierbij ook het belang van “ervaren samenhang”: wat herkent iemand zelf in het dagelijks leven als trigger, gevolg of versterkend mechanisme? - Koppeling naar behandelkeuzes
Als het patroon duidelijker is, kan het helpen om gerichter te kiezen waar je wilt ingrijpen: welke lus wil je doorbreken, welke verandering is haalbaar, en welke interventies passen daarbij?
Belangrijk: het model is niet ‘af’ na één gesprek. Het mag worden aangepast als er nieuwe informatie komt of als behandeling iets nieuws laat zien.
Digitale ondersteuning: hulpmiddel om complexiteit hanteerbaar te maken
Tot slot bespreekt het artikel dat dit type diagnostiek veel informatie kan omvatten. Daarom ziet de auteur kansen voor digitale hulpmiddelen die het proces praktischer maken: informatie verzamelen, patronen visueel maken, wijzigingen bijhouden en het gesprek ondersteunen.
Het artikel verkent ook mogelijkheden voor meer geavanceerde ondersteuning (zoals generatieve modellen die suggesties kunnen doen op basis van eerdere casussen), maar benadrukt dat dit altijd ondersteunend is: het klinisch oordeel en het gesprek met de cliënt blijven centraal.
Wat betekent dit voor de ggz?
Dit artikel levert een theoretisch fundament voor patroondiagnostiek: een manier van denken die complexiteit niet wegpoetst, maar werkbaar probeert te maken voor de praktijk. De inzet is een diagnostiek die beter aansluit bij individuele realiteit, met meer aandacht voor context, dynamiek en gedeelde betekenisgeving — met als doel dat diagnostiek niet alleen beschrijf wat er is, maar ook helpt begrijpen wat het probleem in stand houdt en waar verandering mogelijk is.
Categorieën
TIP
Heb je een nieuwstip of zelf nieuws voor de nieuwsrubriek?
info@nedkad.nl