Skip to main content

Onderzoek naar verbondenheid tussen adolescenten met een depressie en hun ouders

In haar promotieonderzoek naar de dynamiek tussen ouders en adolescenten, richtte Mirjam Wever zich op de neurale correlaten van verbondenheid, empathie en oogcontact binnen gezinsinteracties. Dit onderzoek werpt licht op de rol van deze factoren bij het begrijpen wat er in het brein gebeurt bij ouders en jongeren met en zonder depressie. Ook draagt het indirect bij aan kennis om behandelingen van depressie bij adolescenten aan te scherpen, met name wanneer dit is gericht op het verbeteren van de gezinsdynamiek. In het interview met NedKAD deelt Mirjam enkele bevindingen en de implicaties ervan voor de klinische praktijk en toekomstig onderzoek.

Waarover ging je onderzoek?

Mijn onderzoek concentreerde zich voornamelijk op het onderzoeken van de neurale correlaten en beleving van verbondenheid tussen ouders en adolescenten. Dit is een onderwerp waar nog relatief weinig onderzoek naar is gedaan. We hebben specifiek gekeken naar situaties die zich tijdens de adolescentie voordoen tussen ouders en adolescenten, waarbij we de verbondenheid effectief konden meten.

Welke benadering heb je gebruikt in je onderzoek?

We hebben ons gericht op oogcontact tussen ouders en adolescenten, evenals op de empathie van ouders. Het onderzoeksproject RE-PAIR richt zich breed op de invloed van gezinsdynamiek in situaties waarin een adolescent depressief is. We willen begrijpen hoe de interacties tussen ouders en adolescenten de depressie kunnen beïnvloeden, maar ook hoe ouders kunnen worden ondersteund om hun kinderen optimaal bij te staan. Mijn onderzoek omvatte zowel subjectieve maten als het meten van oogbewegingen en functionele neuroimaging. Op deze manier konden we de subjectieve beleving en neurale reacties in het brein van ouders en adolescenten tijdens verschillende interacties te meten en onderzoeken hoeveel oogcontact ze daadwerkelijk met elkaar maakten.

Wat waren je bevindingen met betrekking tot oogcontact en empathie?

We hebben vastgesteld dat oogcontact over het algemeen een positief effect heeft op de stemming van mensen, maar bij jongeren met een depressie bleek dit effect niet aanwezig te zijn. Dit suggereert dat depressie de perceptie van oogcontact kan veranderen en het moeilijker kan maken voor jongeren om hierdoor een beter gevoel te krijgen. Wat betreft empathie hebben we ontdekt dat ouders in de adolescentie andere vaardigheden nodig hebben om op een empathische manier te reageren op de ervaringen van hun kinderen, vooral omdat adolescenten zich steeds meer losmaken van hun ouders. Ouders maken minder direct de ervaringen van hun adolescente kinderen mee en moeten zich kunnen inleven op basis van verhalen die hun kinderen vertellen. Dat vergt andere, meer cognitieve, vaardigheden dan wanneer je als ouder direct getuigen bent van zo’n situatie. Deze bevindingen werden ondersteund door zowel observaties van oogbewegingen als neurobiologische metingen.

Wat zijn de implicaties van jouw onderzoek in de klinische praktijk?

Ons onderzoek kan bijdragen aan de ontwikkeling van interventies en ondersteuningsprogramma’s voor ouders van depressieve adolescenten. Het is belangrijk dat ouders weten dat jongeren die depressief zijn meer moeite hebben om optimaal te profiteren van contact en dat ze leren hoe ze effectief kunnen communiceren en steun kunnen bieden aan hun kind tijdens een depressie. Daarnaast benadrukken we het belang van het inleven in zowel negatieve als positieve situaties, omdat dit kan bijdragen aan het versterken van de ouder-kindrelatie. Deze bevindingen hebben directe implicaties voor de praktijk van psychologen, therapeuten en andere zorgverleners die werken met gezinnen waarin een depressieve adolescent aanwezig is.

In het kader van het RE-PAIR project is in samenwerking met GGZ-instellingen een cursus ontwikkeld. Deze cursus richt zich op ouders van jongeren met een depressie, met als doel hen meer inzicht te verschaffen en concrete handvatten te bieden hoe ze hun kind het beste kunnen ondersteunen. Professor Elzinga, die verantwoordelijk is voor de subsidie van dit onderzoeksproject, heeft samen met andere experts een boek hierover geschreven: Samen Sterk.

Wat voor vervolgonderzoek doe je?

Mijn vervolgonderzoek richt zich op verschillende aspecten. We onderzoeken hoe depressieve adolescenten reageren op het zien van zichzelf en anderen in de scanner, met behulp van eye tracking en video’s. Verder bestuderen we of er verschillen zijn tussen ouders van depressieve jongeren en niet-depressieve jongeren in hoe empathisch zij reageren wanneer zij zich inbeelden dat hun kind iets onprettigs meemaakt. Dit werk maakt deel uit van mijn postdoctoraal onderzoek. Mijn volgende stap is het onderzoeken van angst en depressie bij meisjes, met speciale aandacht voor de sterke stijging van geslachtshormonen tijdens de adolescentie.

Korte Bio

Mirjam Wever behaalde haar Bachelor in Psychobiologie (2012) aan de Universiteit van Amsterdam en haar Research Master in Neurowetenschappen (2014) aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Ze werkte als onderzoeksassistent bij het Image Sciences Institute in het lab voor Voedingsneurowetenschappen, UMC Utrecht. Vervolgens werkte ze als onderzoeksassistent bij Rintveld Eetstoornissen, Zeist. In 2017 begon Mirjam haar promotieproject bij de afdeling Klinische Psychologie aan de Universiteit Leiden. Ze verdedigde haar proefschrift op 11 januari 2024.

I see you. Insights into the neural and affective signatures of connectedness between parents and adolescents.

Categorieën

TIP

Heb je een nieuwstip of zelf nieuws voor de nieuwsrubriek?
info@nedkad.nl