Skip to main content

Landelijke Monitor Depressie: klachten blijven hoog na coronapiek

De Landelijke Monitor Depressie van het Trimbos-instituut volgt in opdracht van het ministerie van VWS hoe depressieproblematiek zich over de tijd ontwikkelt in Nederland. De monitor kijkt naar:

  • Hoeveel mensen klachten ervaren in de bevolking (populatieprevalentie)

  • Hoeveel mensen zorg gebruiken vanwege depressie(klachten) (zorgprevalentie)

  • Hoe intensief die zorg is, bijvoorbeeld via contact met de POH-GGZ

De monitor richt zich op zes risicogroepen (o.a. jongeren, jonge vrouwen, werknemers, mensen met een chronische ziekte en mantelzorgers) en vergelijkt daarnaast 18–65 jaar met 65+.

Wat valt op in de trends?

Uit de metingen blijkt dat de prevalentie van angst- of depressiegevoelens bij veel groepen tussen 2010 en 2019 een onregelmatige maar relatief stabiele trend liet zien. Daarna is er een sterke toename in 2020, 2021 en/of 2022. De hoogste percentages worden meestal bereikt in 2021 of 2022, wat wijst op invloed van de covid-19-crisis.

Opvallend is dat de cijfers in 2023 en 2024 voor de meeste groepen niet dalen naar het niveau van vóór 2020. Met andere woorden: het einde van de coronacrisis markeert geen duidelijke terugkeer naar het oude niveau.

De monitor noemt verschillende mogelijke factoren die kunnen bijdragen aan aanhoudend hoge percentages, zoals prestatie- en geluksdruk, maatschappelijke onzekerheden, sociale media, en de manier waarop mensen omgaan met tegenslagen. Ook speelt mogelijk mee dat er meer bewustwording is rond mentale gezondheid, met zowel betere herkenning als mogelijke ‘overinterpretatie’.

Wat zien we in het zorggebruik?

Het gebruik van huisartsenzorg vanwege depressie(klachten) laat verschillende patronen zien per leeftijd en geslacht. In het bijzonder is in de periode 2014–2021 een stijging zichtbaar bij meisjes en jonge vrouwen. Vanaf 2022 (meisjes) en 2023 (vrouwen 18–25 jaar) daalt dit weer, terwijl bij volwassenen en jongens het zorggebruik over de hele periode meer stabiel blijft. Bij ouderen is er na een daling tot 2020 vooral stabilisatie.

Als indicator voor intensievere zorg binnen de huisartsenzorg laat de monitor zien dat het aandeel patiënten met depressie dat contact heeft met de POH-GGZ in het algemeen toeneemt tot 2021, daarna licht daalt en in 2024 stabiliseert.

Conclusie

De 5e peiling laat zien dat bij de meeste risico- en leeftijdsgroepen zowel depressie- en aanverwante klachten als zorggebruik sinds het einde van de coronacrisis niet duidelijk zijn afgenomen. Vervolgmetingen moeten uitwijzen of de cijfers aanhoudend hoog blijven of op termijn weer dalen richting het niveau van vóór de pandemie.

Bekijk hier het factsheet van het Trimbos-instituut.

Categorieën

TIP

Heb je een nieuwstip of zelf nieuws voor de nieuwsrubriek?
info@nedkad.nl