Nederlands Kenniscentrum Angst, Dwang, Trauma en Depressie

Vertraging en psychotische kernmerken goede voorspellers voor effectiviteit van ECT bij ernstige depressie

9 december 2020 - Geplaatst onder: Depressie

Elektro-convulsietherapie (ECT) wordt vaak gezien als laatste redmiddel bij depressieve patiënten. Mede vanwege het grote stigma dat erop rust. Volgens Willemijn Heijnen, psychiater bij Erasmus MC, deels onterecht: bij een deel van de mensen die ernstig depressief zijn, is ECT vaak juist erg effectief. Het gaat dan om patiënten bij wie vertraging en/of psychotische kenmerken onderdeel uitmaken van hun depressie. Zo bewijst Heijnen in haar proefschrift, waar wij haar een aantal vragen over stelden.

Waar richtte uw onderzoek zich op?

‘Zijn er voorspellers voor de effectiviteit van ECT bij mensen die ernstig depressief zijn? Deze vraag liep als een rode draad door mijn onderzoek(en). We weten dat ECT als behandeling goed werkt bij mensen met een ernstige depressie. Alleen niet bij iedereen even goed. Daarom keken we onder andere naar twee specifieke symptomen: het hebben van psychotische kenmerken en vertraging. Waarom we deze twee hebben genomen? Omdat eerdere studies lieten zien dat wat oudere mensen goed opknappen na elektro-convulsietherapie en zij hebben vaak juist die symptomen.’

Hoe werkt ECT precies?

‘ECT is een medische behandeling die onder narcose plaatsvindt,’ begint Heijnen haar uitleg. ‘Patiënten krijgen een spierverslappend middel en vervolgens krijgen ze via elektroden een korte stroomstoot toegediend. Deze lokt een soort epileptische aanval, insult, uit, die zich uitbreidt over het hele brein. Het insult duurt minimaal 20 seconden en maximaal 120 seconden (twee minuten), waarna de patiënt na een kwartier wakker wordt op de uitslaapkamer. Hoe ECT precies werkt, is niet bekend. Eén van de hypothesen is dat de hersenen na de behandeling weer nieuwe verbindingen kunnen maken. We weten bijvoorbeeld dat na ECT de neuroplasticiteit toeneemt: het vermogen van de hersenen om zich aan te passen aan veranderingen.’

Opzet onderzoek

‘Voor mijn belangrijkste onderzoek heb ik data van 100 patiënten geanalyseerd. Zij kwamen van onze eigen afdeling van het Erasmus MC en bij hen keek ik of en in welke mate ze opknapten na ECT. Daarnaast heb ik verschillende onderzoeken vergeleken over depressies in het kader van een bipolaire stoornis (manische depressiviteit) en de effectiviteit van ECT. Ook heb ik nog een korte pilot gedaan om te zien of een hoog cortisol-gehalte na ECT-behandeling voorspellend kan zijn voor de kans op terugval in een depressie. Helaas bleek het meten van cortisol op deze manier en in de pilotstudie niet van toegevoegde waarde, mede omdat elektro-convulsietherapie het cortisol-gehalte beïnvloedt.’

Wat waren de belangrijkste resultaten?

‘Dus dat psychotische kenmerken en vertraging inderdaad voorspellers zijn voor de effectiviteit van ECT,’ vat Heijnen samen. Haar onderzoek bewees dat het ook een effectieve behandelmethode kan zijn voor mensen met een bipolaire depressie: Iets meer dan 50% van de onderzochte mensen in de uitgevoerde meta-analyse herstelde volledig. Een heel relevante conclusie, want een bipolaire depressie is moeilijk te behandelen. Antidepressiva kunnen bij een bipolaire depressie namelijk een manie uitlokken.’

Minder effectief bij medicatie-resistentie

Naast een meta-analyse naar bipolaire depressies vergeleek de Rotterdamse onderzoeker ook verschillende studies over de effectiviteit van ECT bij medicatie-resistentie. Veel mensen die in aanmerking komen voor elektro-convulsietherapie hebben al verschillende antidepressiva geslikt, maar reageren daar niet (meer) goed op. Heijnen: ‘Ze blijken resistent ervoor. Mijn vraag was: “Reageren ze dan ook minder goed op ECT?” Bijna 50% van de medicatie-resistente depressieve patiënten bleek tóch volledig te herstellen; bij patiënten zonder medicatie-resistentie lag dit percentage op 65%. Dus het werkt wel minder goed bij patiënten die resistent zijn voor antidepressiva, maar het kan wél effectief zijn. Dit kan juist een reden zijn om niet te lang te wachten met het geven van ECT bij sommige patiënten bij specifieke depressie-symptomen. We weten namelijk ook dat hoe langer een depressie duurt, hoe kleiner de behandelresultaten.’

Wat voor implicaties heeft dit onderzoek voor de klinische praktijk?

‘Ik denk vooral dat het een mooie stap is naar een meer gepersonaliseerde behandeling,’ meent Heijnen. ‘Door goed naar de symptomen van een persoon te kijken, kunnen we beter voorspellen of ECT kan aanslaan. In vervolgonderzoek kun je kijken of je nog meer voorspellers kunt aantonen. Zo kunnen we nog beter mensen behandelen en hen nog beter meenemen in de behandelkeuze. Ik vind het heel belangrijk dat mensen daar meer inzicht in krijgen.


Tags: