Nederlands Kenniscentrum Angst, Dwang, Trauma en Depressie

Depressie-behandelingen te individualiseren door verbinding tussen hart en hersenen

18 december 2019 - Geplaatst onder: Depressie

Behandelingen voor depressie kunnen mogelijk verbeterd en geïndividualiseerd worden. Zo betoogt Tabitha Iseger, onderzoeker bij onderzoeksintituut Brainclinics, in haar proefschrift. Wij stelden haar een aantal vragen.

Hoe kan de samenwerking van hart en brein behandelingen verbeteren?

Hersenstimulatie is een behandelingsvorm bij depressie. Deze stimulatie is altijd gericht op de verschillende hersengebieden die betrokken zijn bij depressie. ‘Verschillende onderzoeken lieten zien dat hartslagverlaging een bijeffect is van zowel invasieve als niet-invasieve hersenstimulatie op dit zogenoemde “depressienetwerk” in de hersenen,’ legt Iseger uit. ‘Vandaar onze hypothese dat hartslagverlaging mogelijk te gebruiken is om de ingang tot dat netwerk op individueel niveau te vinden.’

Individuelere behandeling

‘Hierdoor kan de juiste plaats van behandeling beter worden bepaald. De bestaande methoden zijn namelijk niet voldoende toegespitst op het individu.’ Dit, terwijl elke schedel anders is: de plaats van hersenstructuren verschilt van persoon tot persoon. ‘Om onze hypothese te toetsen, hebben we verschillende plekken op de schedel gestimuleerd met niet-invasieve hersenstimulatie, terwijl ondertussen de hartslag werd gemeten.’

Wat was de conclusie?

‘We vonden dat transcraniële magnetische stimulatie op de dorsolaterale prefrontale cortex (DLFPC) op groepsniveau inderdaad leidde tot een verlaging van de hartslag,’ antwoordt Iseger. ‘Dit is een hersengebied dat bij depressie minder activiteit laat zien.Individueel waren er wel verschillen te zien, wat erop wijst dat dat de individuele “ingang” tot het depressienetwerk mogelijk beter is te lokaliseren door een hartslagmeting. Deze resultaten zijn inmiddels getoetst in een grotere onderzoeksgroep, zowel door ons als door een onafhankelijke onderzoeksgroep. Alle drie laten ze dit resultaat zien.’

Hoe kan dit onderzoeksresultaat in de klinische praktijk worden toegepast?

Deze resultaten kunnen worden gebruikt om tussen de bestaande protocollen voor lokalisatie te kiezen, maar verder onderzoek moet laten zien hoeveel beter deze methode is. Zo vindt Iseger. ‘Vooralsnog waren dit studies in gezonde mensen en tot nu toe laten de resultaten alleen zien dat de locatie van de dorsolaterale prefrontale cortex (DLPFC) individueel is te bepalen aan de hand van de hartslag. Hoe dit samenhangt met een hogere behandeleffectiviteit voor mensen met een depressie? Dit moet nog blijken.’ Wel blijkt uit een kleinschalig onderzoek dat de mate van hartslagverlagingen op de DLPFC tijdens de eerste 30 seconden van stimulatie de behandelrespons na 30 sessies kan voorspellen. ‘Er is echter meer onderzoek nodig om dit te bevestigen.’

Proefschrift

Tabitha Iseger is onderzoeker bij het onafhankelijke onderzoeksinstituut Brainclinics en promoveerde aan de Universiteit van Utrecht. Haar proefschrift draagt de titel: “Listen to your heart: linking heart and brain for depression.”


Tags: