Overslaan en naar de inhoud gaan

Proefschrift: depressie bij kwetsbare stadsbewoners door een complexiteitslens

Op 20 februari 2026 verdedigde J.M. van der Wal aan de Faculteit Geneeskunde van het AMC-UvA het proefschrift ‘Towards unravelling and addressing the dynamics of depression in high-risk urban populations through a complexity lens’. Het onderzoek werpt nieuw licht op hoe depressie ontstaat en voortduurt bij kwetsbare groepen in stedelijke omgevingen.

Een hardnekkig en groeiend probleem

Wereldwijd lijden naar schatting 332 miljoen mensen aan een depressie — meer dan de gecombineerde bevolking van Duitsland, Frankrijk, Italië, Spanje en het Verenigd Koninkrijk samen. Tegelijkertijd verstedelijkt onze wereld in rap tempo: in 2050 zal naar verwachting 70% van de wereldbevolking in steden wonen. Onderzoek laat zien dat depressie vaker voorkomt in steden, met name bij kwetsbare groepen zoals mensen met een lage sociaaleconomische status of een etnische minderheidsachtergrond. Ondanks decennia van onderzoek en nieuwe behandelingen daalt de prevalentie van depressie niet. Dit proefschrift onderzoekt waarom — en wat daaraan te doen is.

Een nieuw denkkader

Om grip te krijgen op dit complexe probleem ontwikkelde Van der Wal een conceptueel raamwerk dat depressie in stedelijke omgeving beschouwt als een fenomeen dat voortkomt uit de wisselwerking tussen vele factoren tegelijk — van neurobiologisch en psychologisch niveau tot de buurt en de bredere maatschappij. Kenmerkend is dat factoren niet als losstaande oorzaken worden gezien, maar als onderdeel van een dynamisch systeem waarin ze elkaar over de tijd beïnvloeden, versterken of afzwakken. Dit raamwerk biedt onderzoekers, behandelaars en beleidsmakers een gedeelde taal en richting voor toekomstig onderzoek.

Gevangen in het systeem: sociale hysterese

Een centrale bevinding is dat kwetsbare groepen niet alleen worden blootgesteld aan negatieve, zichzelf versterkende spiralen — ze worden er ook structureel in vastgehouden. Een lage sociaaleconomische positie leidt tot stress en financiële problemen, wat werkprestaties verslechtert, wat de sociaaleconomische positie verder verslechtert. Voor mensen die tegelijkertijd ook te maken hebben met etnische discriminatie, wordt ontsnappen uit deze cyclus extra moeilijk.

Van der Wal introduceert hiervoor het begrip sociale hysterese: het verschijnsel dat systemen weerstand bieden aan verandering, zelfs wanneer de omstandigheden verbeteren. Dit verklaart mede waarom ongelijkheid in depressierisico tussen etnische groepen zo hardnekkig is. Wie profiteert van een sterk sociaal netwerk en gunstige omstandigheden, bouwt die voordelen verder uit. Wie dat niet heeft, heeft ook minder mogelijkheden om dat te veranderen. De scheidslijn tussen kwetsbaar en beschermd wordt zo steeds dieper.

Uit analyse van gegevens van het HELIUS-cohort (ruim 13.500 Amsterdammers uit vijf etnische groepen) bleek dat psychologische factoren zoals stress en ingrijpende levensgebeurtenissen voor alle groepen sterk samenhangen met depressieve klachten. Buurtkenmerken werkten indirect — via deze individuele factoren. Daarnaast verschilden de onderliggende mechanismen tussen etnische groepen: zo bleek de samenhang tussen hoger opleidingsniveau en acculturatie sterker bij mensen van Marokkaanse afkomst dan bij andere groepen. Dit pleit voor gerichte, groepsspecifieke interventies in plaats van een one-size-fits-all aanpak.

Verrassende bevinding: simpel meten kan beter werken

Een deel van het onderzoek richtte zich op mensen met een verhoogd risico op terugval in depressie. Preventieve cognitieve therapie (PCT) is bewezen effectief: eerder onderzoek toonde aan dat PCT het terugvalrisico met ruim 40% verlaagt. Van der Wal onderzocht of dit effect verklaard kon worden door veranderingen in de onderliggende emotiedynamiek — de manier waarop positieve en negatieve gevoelens bij iemand fluctueren en elkaar beïnvloeden.

De uitkomst was verrassend: de behandelvorm had geen meetbaar effect op deze emotiedynamiek, en de dynamiek voorspelde evenmin wie zou terugvallen. Wat wél voorspellend bleek: de stemming van iemand bij aanvang van de behandeling. Een eenvoudige stemmingsscore bij de start lijkt daarmee een betere voorspeller van terugval dan complexe dynamische metingen. Dit roept de vraag op via welk mechanisme PCT precies werkt — en suggereert tegelijk dat eenvoudige, toegankelijke meetinstrumenten in de klinische praktijk meer waarde kunnen hebben dan verwacht.

Campagnemeting: methode werkt, effect niet aangetoond

Het proefschrift onderzocht ook de nationale campagne Hey, het is oké (voorheen Omgaan met depressie), gericht op het versterken van mentale veerkracht in de bevolking. Op basis van tien jaar data uit het LISS-panel (ruim 12.000 deelnemers) werd geen verbetering gevonden in mentale veerkracht na de start van de campagne — niet in de algemene bevolking, en ook niet in kwetsbare subgroepen zoals vrouwen, mensen met weinig sociale steun of stadsbewoners.

Opvallend is dat de gehanteerde meetmethode — veerkrachtlandschappen gebaseerd op populatiebrede symptoomnetwerken — wél zinvolle verschillen tussen groepen zichtbaar maakte. Zo hadden vrouwen, mensen met weinig sociale steun en stadsbewoners aantoonbaar minder stabiele ‘gezonde’ netwerktoestanden dan hun tegenhangers. De methode werkt dus; de campagne had echter geen aantoonbaar effect. Dit benadrukt de noodzaak van betere wetenschappelijke onderbouwing en evaluatie van grootschalige bevolkingsinterventies.

Wat betekent dit voor de praktijk?

Het proefschrift maakt duidelijk dat een complexiteitswetenschappelijke benadering helpt om de dynamiek achter depressie beter te begrijpen — maar dat de vertaalslag naar effectieve interventies nog gemaakt moet worden. Veelbelovend is de expliciete oproep van Van der Wal om interventies ook buiten de reguliere ggz te ontwikkelen en in te zetten: digitale behandelingen, begeleiding door getrainde niet-professionals, en beleidsmaatregelen zoals sociale zekerheid en huisvesting hebben bewezen potentie om kwetsbare groepen te bereiken die via conventionele zorgroutes moeilijk bereikbaar zijn.

De uiteindelijke boodschap van dit proefschrift is helder: onderzoek naar depressie in kwetsbare stedelijke groepen mag nog zo complex zijn — het doel blijft concreet. Een daadwerkelijk verschil maken voor de mentale gezondheid van mensen die dat het hardst nodig hebben.

Categorieën

TIP

Heb je een nieuwstip of zelf nieuws voor de nieuwsrubriek?
info@nedkad.nl