OCDnet lunchwebinar: Medicatie als onderdeel van de behandeling bij OCD
Op 11 december 2025 organiseerde OCDnet, onderdeel van NedKAD, een verdiepend lunchwebinar over medicatie als onderdeel van de behandeling bij OCD.
Het webinar werd verzorgd door Aart de Leeuw, psychiater bij het Altrecht Academisch Angstcentrum in Utrecht, en Chaim Huijser, kinder- en jeugdpsychiater bij Levvel in Amsterdam.
De plaats van medicatie bij volwassenen (Aart de Leeuw)
Hoe vaak wordt medicatie gebruikt bij OCD?
Aart de Leeuw liet zien dat medicatie bij OCD veel wordt ingezet. In een recent onderzoek bij de polikliniek van het Amsterdam UMC (±700 patiënten) bleek:
-
ongeveer 75% had ooit een SSRI gebruikt;
-
maar slechts een klein deel doorloopt alle stappen uit de richtlijn voor medicamenteuze behandeling;
-
ongeveer 20% gebruikt geen medicatie;
-
en opvallend: maar een minderheid had echt exposure en responspreventie (ERP) gehad, terwijl dit de kern is van CGT bij OCD.
Dit onderstreept hoe belangrijk het is dat patiënten niet alleen medicatie, maar ook adequate psychologische behandeling krijgen.
Richtlijn: eerst CGT, daarna pas medicatie
De nieuwe multidisciplinaire richtlijn Angst- en dwangstoornissen (eind 2024, via richtlijnendatabase.nl) is daarin helder:
-
Eerste keus: CGT met exposure en responspreventie.
-
Als dit onvoldoende helpt, komen opties als:
-
intensivering (dagbehandeling, klinische behandeling),
-
andere psychologische behandelvormen,
-
medicatie,
-
en in sommige gevallen rTMS (waar nog onderzoek naar loopt).
-
Medicatie kan soms eerder worden gekozen, bijvoorbeeld bij ernstige comorbide depressie, sterke voorkeur van de patiënt of als CGT (tijdelijk) niet mogelijk is. De richtlijn is terughoudend met “te snel” starten, maar in het patiëntperspectief wordt ook ruimte gelaten om medicatie eerder in te zetten als wachten op CGT te lang duurt.
Hoe goed werkt medicatie?
SSRI’s bij OCD hebben volgens Aart:
-
gemiddeld een klein tot matig effect op groepsniveau;
-
ongeveer 40% van de patiënten reageert goed op één medicament;
-
bij placebo is dat rond de 15–20%.
Er is geen groot verschil in effectiviteit tussen de verschillende SSRI’s. Mogelijk is clomipramine iets sterker, maar ook zwaarder qua bijwerkingen. In de praktijk lopen de individuele effecten sterk uiteen: bij de één gaat “de scherpe rand eraf”, bij een ander is er een heel duidelijke klachtenreductie.
Bijwerkingen, dosering en duur
Veel voorkomende bijwerkingen zijn onder andere:
-
maag-darmklachten,
-
seksuele bijwerkingen,
-
hoofdpijn, moeheid, zweten.
Die treden vooral op in de eerste weken, terwijl het positieve effect later zichtbaar wordt. Hogere doseringen geven iets meer kans op effect, maar ook meer bijwerkingen – een afweging die per persoon gemaakt wordt.
Over de duur van gebruik:
-
de richtlijn adviseert globaal minstens een jaar voortzetten na herstel,
-
maar dit is geen harde grens: ernst, eerdere terugvallen, stabiliteit en wensen van de patiënt spelen mee.
Onderzoek laat zien dat:
-
bij doorgaan met medicatie binnen een jaar ongeveer 1 op 6 mensen terugvalt;
-
bij stoppen is dat ongeveer 1 op 3.
Deze cijfers helpen bij gezamenlijke besluitvorming.
Wanneer weet je of een middel werkt?
Hoewel vaak 10–12 weken als evaluatiemoment worden genoemd, wees Aart op nieuw onderzoek waaruit blijkt dat:
-
de meeste verbetering in de eerste weken optreedt;
-
als er na 4 weken helemaal geen merkbare verbetering is, is de kans zeer klein dat er na 12 weken alsnog respons ontstaat.
In de praktijk is het daarom goed om na circa 4 weken zonder enige verbetering serieus te kijken of het middel moet worden gewisseld of de strategie aangepast.
Combinatie met CGT en vervolgstappen
Belangrijke punten uit het deel van Aart de Leeuw:
-
CGT toevoegen bij iemand die al medicatie gebruikt, heeft duidelijk meerwaarde.
-
Andersom (medicatie toevoegen ná CGT) is minder goed onderzocht, maar er zijn geen aanwijzingen dat medicatie ERP negatief beïnvloedt.
-
Bij therapieresistentie kunnen middelen zoals lage dosis antipsychotica of glutamaat-modulerende middelen worden toegevoegd, maar de evidentie is beperkt en vraagt zorgvuldige afweging.
-
Over benzodiazepinen is men terughoudend: deze kunnen de behandeling belemmeren; waar mogelijk worden ze afgebouwd, soms geïntegreerd in exposure.
Samengevat: medicatie is niet de eerste keus, maar kan een belangrijke rol spelen als CGT onvoldoende effect heeft, zeker bij ernstige klachten of comorbide depressie.
Medicatie bij kinderen en jongeren (Chaim Huijser)
Chaim Huijser besprak de plek van medicatie bij kinderen en jongeren met OCD. Veel principes lijken op die bij volwassenen, maar sommige vragen zijn scherper: moet je op jonge leeftijd wel medicatie inzetten, en wanneer?
Plek van medicatie bij jeugd
In de richtlijn is de plaats van medicatie bij jongeren duidelijk naar achteren geschoven:
-
Psycho-educatie
-
CGT met exposure en responspreventie, vaak met ouderbegeleiding (bijv. SPACE)
-
Eventueel intensivering (thuisbehandeling, dagbehandeling, kliniek)
-
Pas daarna: overwegen van medicatie als toevoeging.
Zelfs bij ernstige dwangklachten wordt eerst geprobeerd of intensieve CGT voldoende effect geeft.
Welke middelen bij jongeren?
Volgens de richtlijn voor jeugd:
-
Eerste keuze: sertraline, de enige SSRI geregistreerd voor angst en dwang bij jongeren.
-
Tweede keuze: een andere SSRI, zoals fluoxetine (geregistreerd voor depressie bij jongeren) of citalopram.
-
Clomipramine kan bij onvoldoende effect worden ingezet, maar vraagt extra voorzichtigheid.
-
Augmentatie met antipsychotica of glutamaat-modulerende middelen is bij jongeren nauwelijks onderzocht en wordt zeer terughoudend geadviseerd.
Comorbiditeit en gezamenlijke keuzes
Bij jongeren is er vaak sprake van samenloop met bijvoorbeeld tics/Tourette, ADHD of ASS. Dat maakt de medicatiekeuze complex. Chaim benadrukte:
-
je moet goed bepalen wat je primair wilt behandelen;
-
combinaties van middelen zijn soms nodig, maar vergroten de kans op bijwerkingen;
-
beslissingen worden idealiter genomen in nauwe samenspraak met ouders en jongeren, met veel uitleg en verwachtingsmanagement.
Ook bij jongeren geldt dat SSRI’s tijd nodig hebben (8–12 weken), langzaam opgebouwd moeten worden en dat afbouw bij voorkeur in een stabiele periode gebeurt (bijv. in de zomervakantie).
Afsluitende lijn
In het webinar werd duidelijk:
-
Bij volwassenen: CGT met exposure is eerste keus; medicatie kan bij onvoldoende effect of specifieke omstandigheden een zinvolle toevoeging zijn, met een beperkt maar betekenisvol effect bij een deel van de patiënten.
-
Bij kinderen en jongeren: medicatie heeft een plek, maar pas ná een stevige inzet van CGT en ouderbegeleiding, en altijd zorgvuldig ingebed in een breder behandelplan.
Beide sprekers benadrukten het belang van samen beslissen, systematisch meten van effect (bijv. met de Y-BOCS) en het tijdig zetten van de volgende behandelstap als verbetering uitblijft.
De webinar is terug te kijken op het NedKAD-YouTubekanaal:
Deel 1: Medicatie bij volwassenen
Deel 2: Medicatie bij jongeren
Categorieën
TIP
Heb je een nieuwstip of zelf nieuws voor de nieuwsrubriek?
info@nedkad.nl