Nederlands Kenniscentrum Angst, Dwang, Trauma en Depressie

Een nieuwe therapie voor dwang: de Inference Based Approach

27 juni 2009 - Geplaatst onder: Dwangstoornissen

(Kenniscentrum Psychologie) – Dwangpatiënten verwarren fantasie en werkelijkheid. Deze aanname is de basis voor een nieuwe behandeling voor patiënten met een dwangstoornis, de Inference Based Approach. Deze nieuwe therapie boekt positieve resultaten en is gebaseerd op een scherpe observatie van de fenomenologie van dwang. De effectiviteit van deze behandeling wordt dit najaar in Nederland getoetst. Dit zal plaatsvinden bij de GGZ-instellingen Meerkanten GGZ op de locaties Ermelo, Harderwijk en Barneveld en Stichting GGZinGeest in Amsterdam. Het onderzoek wordt uitgevoerd in samenwerking met de Vrije Universiteit van Amsterdam.

We denken misschien allemaal wel eens “heb ik die deur nou wel op slot gedaan, misschien was ik er met mijn hoofd niet helemaal bij?”, maar als we dan teruggaan en de sleutel nog eens in het slot steken en voelen, zien en horen dat de deur op slot gaat, weten we genoeg, dan zijn we er zeker van dat de deur op slot zit. Op dat punt verschilt de dwangpatiënt van ons. Hij kan dat allemaal gezien, gevoeld en gehoord hebben en toch nog zeggen: “ik ben er niet zeker van dat de deur op slot is”. Hij gaat met andere woorden voorbij aan zijn zintuiglijke waarneming.

Obsessies: een verwarring tussen fantasie en werkelijkheid
De Canadese psycholoog OConnor observeerde deze fenomenen bij zijn dwangpatiënten en stelt dat zij fantasie en werkelijkheid verwarren. “Obsessieve twijfel is het resultaat van een redeneerproces waarin iemand meer geloofwaardigheid hecht aan wat hij zich voor kan stellen dan aan wat hij observeert in de realiteit”, aldus OConnor. De patiënt maakt met andere woorden de gevolgtrekking dat een bepaalde onwenselijke toestand aan de hand kán zijn terwijl hij zintuiglijk waar kan nemen dat dit onjuist is. De redenering zelf is vaak niet per se onjuist. Er kán namelijk van alles.
OConnor concludeerde dat de dwangpatiënt genezen zou zijn als hij dat wat hij voor mogelijk houdt weer correct herkent als slechts een voorstelling van zaken die verworpen kan worden op basis van zijn zintuiglijke waarneming van dat moment. Dan hoeft hij geen dwanghandelingen meer te verrichten. Een dwanghandeling is namelijk een ritueel dat de functie van de zintuigen moet vervangen, aldus OConnor.

Nieuwe therapie
OConnor ontwikkelde een cognitieve therapie voor dwang die volledig gericht is op het wijzigen van het redeneerproces waarmee de patiënt tot de gevolgtrekking (in het Engels: “Inference”) komt dat de door hem gevreesde toestand hier en nu aan de hand kan zijn. Hij noemt deze methode de “Inference Based Approac”(IBA). In deze geprotocolleerde therapie gaat alle aandacht uit naar hoe de patiënt tot (het geloofwaardig achten van) zijn obsessieve gedachte komt. Er wordt gewerkt aan de hand van observatie-, redeneer- en ervaringsoefeningen. De patiënt leert herkennen wanneer hij meer waarde hecht aan een verhaal in zijn hoofd dan aan de waarneembare realiteit van dit moment. Hij leert herkennen waarom dat verhaal zo echt lijkt, welke manieren van redeneren hem aan zijn zintuigen doen twijfelen. Hij ontdekt welk persoonlijk thema hem gevoelig maakt voor juist dit verhaal. Hij leert zijn zintuigen weer op natuurlijke wijze te gebruiken. Vooral bij de groep patiënten met gering inzicht lijkt deze behandeling betere resultaten te boeken dan cognitieve gedragstherapie (CGT). Dit bleek uit een gecontroleerd onderzoek dat OConnor en zijn collegae in 2005 in Canada uitvoerden. In de totale groep (OCS-patiënten met en zonder gering inzicht) deden IBA en CGT het even goed.

Lees het hele artikel over deze IBA therapie op de website van het Kenniscentrum Psychologie.


Tags: