Nederlands Kenniscentrum Angst en Depressie

‘Zenuwprikkeling in het oor kan zorgen voor minder angstklachten’

16 mei 2019 - Geplaatst onder: Angst

Mensen lijken sneller hun angst af te leren tijdens therapie wanneer de hersenzenuw nervus vagus wordt gestimuleerd met een apparaatje in het oor. Andreas Burger onderzocht in zijn promotieonderzoek bij Klinische psychologie aan de Leidse Universiteit nieuwe mogelijkheden voor behandeling van angstklachten.

Burger weet dat het mensen met epilepsie en depressie helpt om de hersenzenuw te prikkelen. Daarvoor is een chirurgische ingreep noodzakelijk bij patiënten die resistent zijn voor de standaardbehandeling. Sinds kort wordt gezocht naar andere manieren om deze zenuw te prikkelen zonder zo’n chirurgische ingreep. Een apparaatje ter grootte van een mobiele telefoon geeft elektrische schokjes aan het oor, vergelijkbaar met kleine naaldenprikjes.

Sneller uitdoven van angst

De deelnemers aan Burger’s onderzoek kregen herhaaldelijk twee plaatjes te zien, waarbij een vervelende elektrische schok op de pols volgde bij een van beide figuren. Na een tijdje vertonen mensen een verhoogde angst voor dat plaatje, ook zonder schok: een klassieke Pavlov-reactie. Wanneer de onderzoekers vervolgens dat plaatje meerdere keren lieten zien zonder de schok erbij te geven, nam die angst langzamerhand weer af. Burger: ‘Dat is in principe ook wat er gebeurt tijdens veel psychologische behandelingen van angst: de patiënt herhaaldelijk blootstellen aan waar deze bang voor is. We noemen het daarom exposure therapie.’

Wanneer Burger tijdens de afnemende angst tegelijkertijd de nervus vagus van de proefpersonen stimuleert met kleine schokjes in het oor, verloopt het proces van angstuitdoving sneller.

‘Door de zenuwstimulatie leer je dus sneller om het plaatje niet meer te associëren met de schok’, vat Burger zijn bevindingen samen. ‘Al weten we nog niks zeker, hoopvol is het wel. Ook vanwege de makkelijke manier om de nervus vagus te prikkelen.’

Geen fysiologische reacties

Het onderzoek van Burger suggereert dat de zenuwprikkeling bij het oor mogelijk van toegevoegde waarde zou kunnen zijn bij de behandeling van angst. Daarmee zet hij een belangrijke eerste stap naar deze ‘non-invasieve’ zenuwstimulatie bij de behandeling van angstklachten. Hij vermoedt dat er daardoor meer mogelijkheden komen voor behandeling. Tegelijk wil hij geen overspannen verwachtingen wekken: ‘We hebben dan wel gevonden dat de angst sneller uitdooft bij zenuwprikkeling, maar we zagen het effect niet terug op de hartslag en huidgeleiding. Deze fysiologische reacties hebben we ook gemeten tijdens de angsttaak, waarbij mensen met elektrodes achter de computer in het lab zitten.’

‘Stepping stone’

Het onderzoek staat nog in de kinderschoenen, beseft Burger terdege. Want wat is het achterliggende werkingsmechanisme? En met welke frequentie en intensiteit moet je de zenuwstimulatie toepassen? Hij ziet zijn onderzoek eerder als een ‘stepping stone’. ‘Het is belangrijk dat nu goed uitgezocht wordt of deze methode werkt en wat dan de mechanismen achter deze zenuwstimulatie zijn.’ Burger gaat verder met zijn onderzoek als postdoc aan de KU Leuven, waarmee hij al samenwerkt sinds het begin van zijn PhD-traject.

Bron: Universiteit Leiden