Nederlands Kenniscentrum Angst en Depressie

Training Mindful2Work vermindert werkstress, angst en depressieve gevoelens

30 april 2018 - Geplaatst onder: Angst, Behandelmethoden, Depressie

De Universiteit van Amsterdam (UvA) ontwikkelde en onderzocht een training tegen werkstress. De training omvat een combinatie van beweging, yoga en mindfulness en is gericht op het voorkomen van een burn-out. De eerste resultaten zijn veelbelovend: de deelnemers ervaren naast een vermindering van stress ook minder angst- en depressieve gevoelens.

Eind vorig jaar bleek uit het Nationaal Salaris Onderzoek van Universiteit Nyenrode en carrièresite Intermediair dat 15 procent van de Nederlandse vrouwen en 9 procent van de mannen een burn-out heeft of heeft gehad. Deze cijfers waren voor UvA-wetenschappers Esther de Bruin, Anne Formsma en Susan Bögels aanleiding tot het ontwikkelen van een training tegen werkstress: Mindful2Work.

Training Mindful2Work

De methode omvat een combinatie van 20 minuten actief en met aandacht bewegen in de buitenlucht, gevolgd door een halfuur yoga in stilte. Daarna wordt er een uur lang gemediteerd en mindfulness-oefeningen uitgevoerd. Het programma duurt zes weken en de deelnemers, afkomstig uit allerlei beroepsgroepen, volgen de training één keer per week. Verder kregen zij huiswerkoefeningen.

Veelbelovende resultaten

De onderzoekers hebben voorafgaand en na de training verschillende metingen gedaan. Zoals verwacht traden er in de periode voorafgaand aan de training weinig tot geen veranderingen op. De resultaten na de training zijn veelbelovend: het werkvermogen neemt toe, mensen slapen beter, ervaren minder stress, angst en depressieve gevoelens, voelen zich energieker en positiever, kunnen zich beter concentreren en ervaren meer werkvreugde.

In de toekomst wil de UvA de Mindful2Work-training verder onderzoeken door middel van een randomized controlled trial, waarbij mensen willekeurig in een trainingsgroep worden ingedeeld; eentje met het Mindful2Work-programma en eentje met een alternatieve training.

Bron: Universiteit van Amsterdam