Nederlands Kenniscentrum Angst en Depressie

PTSS bij vrijwilligers aardbeving aanpakken

28 mei 2015 - Geplaatst onder: Angst, Depressie

28 procent van de vrijwilligers die werken in de nasleep van een aardbeving krijgt te maken met het posttraumatische stress syndroom, ookwel PTSS genoemd. Dat concludeert de IJslandse onderzoekster Sigridur Thormar. Zij promoveerde aan de Universiteit van Amsterdam met dit onderzoek. 

Radioprogramma EenVandaag praatte met Thormar, haar promotor en bijzonder hoogleraar PTSS aan de UvA Miranda Olff en Kaz de Jong, psycholoog en traumaspecialist van Artsen zonder Grenzen over de onderzoeksresultaten. 

Nasleep aardbeving
Sigridur Thormar beschrijft in haar onderzoek het aantal nieuwe gevallen van posttraumatische stressstoornissen (PTSS), angst, depressie en subjectieve gezondheidsklachten bij vrijwilligers die in de nasleep van een aardbeving hebben gewerkt. Dat doet ze met een longitudinaal onderzoek na een aardbeving die het gebied rond Yogjakarta op het eiland Java in Indonesië trof. Thormar richt zich ook op het identificeren van de voorspellers van PTSS bij vrijwilligers.

Thormar: “Voor het onderzoek hebben 516 hulpverleners een vragenlijst ingevuld. Daaruit kwam naar voren dat maar liefst 28 procent van hen ernstige symptomen van PTSS vertonen.”

Herbeleven ervaring
Hoogleraar Olff vult aan: “Het is een indrukwekkende ervaring die de hulpverleners meemaken. Als ze dan PTSS ontwikkelen dan herbeleven ze die ervaring. In dromen of tijdens flashbacks. Ze willen er niet over praten, de emoties niet meer voelen. Lichaam en geest zijn gespannen en reageren alsof ze weer in die situatie van toen zijn.”

Het dichtslaan van een deur, geweerschoten tijdens een actiefilm op televisie, vuurwerk of harde stemmen zijn zaken die bij een hulpverlener stress en angst kunnen oproepen. Er is sprake van PTSS als deze symptomen minstens een maand lang aanhouden. En volgens de deskundigen komen de symptomen het meest naar voren als de hulpverleners weer thuis zijn. Dan is de adrenaline van de heftige ervaring uit hun lijf en zijn ze wat minder opgewonden over hun missie. “Als de kalmte weer terug is in hun dagelijkse leven, komen de PTSS-verschijnselen juist naar voren”, vertelt Kaz de Jong. “Het is noodzaak om dit zo vroeg mogelijk te ontdekken.”

Sociale steun
Een manier om dat te doen is om na afloop van de missie contact te houden met de hulpverleners en gedurende de weken erna een paar keer met ze in gesprek te gaan. 
De Jong: “En ook tijdens de missie zelf wordt er gepraat over dingen die gebeuren. Er is sociale steun. Soms wordt een team met opzet niet blootgesteld aan nieuwe ontwikkelingen in eem rampgebied. Maar het blijft lastig, want aan de andere kant zijn er ook duizenden mensen die medische hulp nodig hebben en die je wilt helpen.”

Volgens Thormar is er een duidelijk verschil tussen professionele hulpverleners en vrijwilligers. Professionals hebben doorgaans training gehad en hebben ervaring. Vrijwilligers worden vaak zo van de straat geplukt en in een rampgebied geplaatst. 
De Jong zegt hierover: “Wat wij hieraan doen is bijvoorbeeld zo snel mogelijk mensen contracten aanbieden. Na het fdagloon dat ze de eerste dagen krijgen, ontstaat er zo financiële zekerheid wat bijdraagt aan structuur en betere welzijn.” 

Structuur in nazorg
Olff besluit dat er nog veel moet gebeuren om het aantal gevallen van PTSS bij vrijwilligers terug te dringen. “We ontwikkelen een mobiele app om de symptomen te herkennen en het is ook goed als de omgeving van een hulpverlener de symtomen herkent. Daarnaast is het noodzaak dat er structuur wordt aangebracht in de nazorg van de hulpverlener.”
Dat vindt ook De Jong: “We weten nu nog te weinig. Het is goed dat er onderziek is gedaan.”

Luister naar het hele gesprek over het onderzoek van Sigridur Thormar
Eenvandaag – PTSS bij hulpverleners


Tags: