Nederlands Kenniscentrum Angst en Depressie

“Veel overlap tussen stemmingsstoornissen en somatische aandoeningen”

19 juli 2018 - Geplaatst onder: Depressie, Overig

Er is veel overlap tussen stemmingsstoornissen en somatische aandoeningen, zegt Marasha de Jong, die op 18 mei jl. promoveerde aan de Universiteit van Maastricht. Het hebben van een stemmingsstoornis  geeft een verhoogd risico op lichamelijke ziekten. Aan de andere kant is er bij lichamelijke aandoeningen, zoals chronische pijn, een verhoogd risico op een depressie.

In haar proefschrift ‘Between mood en matter; studies on te interface between mood disorders and physical conditions’ neemt De Jong een aantal studies naar combinaties van psychiatrische en somatische stoornissen onder de loep, zoals een studie naar het metabool syndroom bij patiënten met een bipolaire stoornis en het voorkomen van depressie bij patiënten met chronische pijn.

Somatisch onderbehandeld

Patiënten met een psychiatrische aandoening worden vaak somatisch onderbehandeld. “Dit blijkt uit onze studie naar patiënten met een bipolaire stoornis”, vertelt De Jong. “Bepaalde risicofactoren op hart- en vaatziekten, zoals een verhoogde bloedsuiker of verhoogde bloeddruk, bleken bij deze patiënten medicamenteus grotendeels onbehandeld. Patiënten met een ernstige psychiatrische aandoening zoeken vaak pas laat hulp voor somatische klachten, hetgeen tijdige somatische behandeling en het voorkomen van ernstige somatische aandoeningen zoals een hartinfarct vergroot. Ik pleit voor een meer geïntegreerde behandeling.”

Psychiaters moeten volgens De Jong meer aandacht hebben voor de somatische aspecten. “Gelukkig is er een toenemend besef van het belang hiervan; in de richtlijnen voor behandeling van ernstige psychiatrische aandoeningen wordt jaarlijkse screening van somatische problematiek aanbevolen. Wat nog ontbreekt is een systematisch samenwerkingsmodel tussen psychiaters en huisartsen, waardoor er bij somatische bevindingen door de psychiater vaak onduidelijkheid is of deze door de huisarts of door de psychiater worden behandeld en opgevolgd. Daar moeten goede afspraken over gemaakt worden.”

Verhoogd risico op stemmingsstoornis

Er zou ook meer aandacht moeten komen voor het feit dat er bij bepaalde somatische aandoeningen een verhoogd risico is op een stemmingstoornis, vindt De Jong. “Bijvoorbeeld, na het doormaken van een hartinfarct ontwikkelt grofweg 20-30 % een depressieve stoornis. Slechts een klein deel hiervan wordt herkend en behandeld. Het hebben van een depressie vertraagt het herstel en verhoogt het risico op een nieuw hartinfarct.”

Ook bij patiënten met chronische pijn komt een depressie vaak voor, schattingen van precieze percentages variëren tussen de 20 % in algemene bevolking en 85 % in gespecialiseerde pijnklinieken. Het verband tussen beide aandoeningen is complex en nog niet goed opgehelderd. Chronische pijn geeft een verhoogd risico op depressie en vice versa. De Jong: “Er is veel overlap tussen beide aandoeningen, zowel op symptoomniveau als op biologisch niveau. Interessant is bijvoorbeeld dat recent functioneel MRI-onderzoek aantoont dat gebieden die centraal zijn voor de verwerking van fysieke pijn, op dezelfde manier oplichten als mensen emotionele pijn ervaren.”

Mindfulness-based cognitieve therapie

In het proefschrift wordt ook gekeken naar de resultaten van studies naar mindfulness-based cognitieve therapie (MBCT) voor de behandeling van (unipolaire) depressie in patiënten met chronische pijn. MBCT lijkt namelijk depressieve symptomen te kunnen verminderen. Hierbij speelt het lichaamsbewustzijn een rol.

“Wij hebben gevonden dat één bepaald aspect van lichaamsbewustzijn, namelijk ‘jezelf niet afleiden’, een verklarende variabele lijkt te zijn voor het antidepresssieve effect van MBCT. In de behandeling leren deelnemers op een mindvolle, niet veroordelende manier aandacht te geven aan fysieke en emotionele ervaringen. Mensen met chronische pijn hebben vaak de neiging zichzelf af te leiden van de pijn. Dit is op korte termijn een effectieve strategie; echter op de lange termijn kan het leiden tot uitputting. Aandacht geven aan pijn, ‘bij de pijn blijven’ op een niet veroordelende manier, kan een mogelijk alternatieve strategie zijn om om te gaan met chronische pijn”, legt De Jong uit.

Craniale Electrische Stimulatie

Bij Craniale Electrische Stimulatie (CES) wordt geprobeerd depressie te behandelen door beïnvloeding van hersenactiviteit, hetgeen past in de visie dat depressie een biologische / lichamelijke basis heeft. In de Verenigde Staten wordt deze therapie vaak ingezet als aanvullende behandeling voor de therapieresistente depressieve stoornis.

De Jong: “De behandeling wordt ingezet voor een heel scala aan aandoeningen waarbij stress een rol speelt, zoals chronische pijn, chronische vermoeidheid, slaapproblemen en vaak ook voor depressie. Patiënten met depressie die CES gaan gebruiken, hebben vaak al meerdere behandelingen voor de depressieve klachten gehad, zonder een goed resultaat. Er is nog weinig gedegen onderzoek gedaan naar de daadwerkelijke effectiviteit van CES voor de behandeling van depressie. Gezien het feit dat de behandeling zo vaak wordt gebruikt, is het nuttig meer data te hebben uit methodologisch goed uitgevoerd onderzoek.”

Aanbevelingen

Naar aanleiding van de resultaten van de verschillende studies waar De Jong naar heeft gekeken, kan zij de volgende aanbevelingen doen: “Ten aanzien van de minimalisatie van het cardiovasculair risico bij patiënten met een bipolaire stoornis, kan ik aanbevelen de jaarlijks somatische screening uit te voeren om op meer centraal geregelde, geautomatiseerde manier. Het verhoogde risico geldt namelijk niet alleen voor patiënten met een bipolaire stoornis, maar voor alle patiënten met een ernstige psychiatrische aandoening.”

Over de inzet van MBCT bij patiënten met chronische pijn zegt zij: “Er zouden grotere studies plaats moeten vinden met vergelijking van effectiviteit van andere therapieën voor chronische pijn en depressie, zoals cognitieve gedragstherapie. Ik denk dat het effect van MBCT wel zo overtuigend is dat dit meer ‘mainstream’ aangeboden zou moeten worden als onderdeel van behandelprogramma’s die zich richten op patiënten met chronische pijn. In de praktijk zien we dit gelukkig ook al gebeuren. Steeds vaker worden mindfulness baseerde interventies onderdeel van de behandeling van chronische pijn.”

En over de inzet van Craniale Elektrische Stimulatie voor behandeling van depressie: “De resultaten zijn tegenstrijdig. Onze studie toont geen meerwaarde ten opzichte van placebo maar een andere recente pilot studie bij bipolaire depressie met hetzelfde CES apparaat gaf wel positief resultaat. De instellingen van dit apparaat wat betreft de stroom waren wel anders. Een groter opgezette studie met meer deelnemers en vergelijking tussen verschillende stroominstellingen van het apparaat zou nodig zijn om een meer duidelijke conclusie te kunnen maken over het daadwerkelijke effect op depressie.”

Bron: Proefschrift Mw. Marasha-Fiona de Jong, MSc. “Between mood and matter; studies on the interface between mood disorders and physical conditions.”