Nederlands Kenniscentrum Angst en Depressie

Hersenonderzoekers UMCG zoeken nog steeds deelnemers

7 november 2016 - Geplaatst onder: Depressie

Begin dit jaar besteedden we al aandacht aan het onderzoek van hersenonderzoekers Marie-José van Tol en Rozemarijn van Kleef, verbonden aan het UMCG, dat gericht is op het voorkómen van terugval na een depressie. In dit interview vertelt een van de onderzoekers over de huidige stand van zaken.

Veel terugval

Mensen die hersteld zijn van een depressie, hebben 40 tot 60% kans om terug te vallen in een nieuwe depressieve episode. Wie preventieve cognitieve therapie volgt, heeft een kleinere kans om deze binnen vijf tot tien jaar opnieuw door te maken, blijkt uit eerder onderzoek. Nog onduidelijk is waarom sommige mensen wel, en sommige mensen niet terugvallen. Hoe en bij wie de preventieve cognitieve therapie precies werkt, is eveneens onvoldoende duidelijk.

Rozemarijn van Kleef: “Het onderzoek richt zich vooral op de werkingsmechanismen van deze therapie. Dus wat verandert er in hoe mensen met gevoelens en gedachten omgaan en hoe kunnen die veranderingen de kleinere kans op terugval verklaren. We richten ons vooral op de controle die mensen hebben over emoties en de rol die de prefrontale hersenschors daarin speelt. Omdat we weten dat de therapie bij veel mensen werkt, willen we weten wat er nu precies verandert door die therapie. Want blijkbaar zijn die veranderingen nodig om minder kwetsbaar te zijn voor depressie. Daar kunnen we enorm veel van leren en dat is het voornaamste doel van ons onderzoek.”

Meer effectieve behandelingen

De Groningse onderzoekers verdelen de deelnemers aan het onderzoek in twee groepen: een groep van herstelde depressieve mensen die tijdens de studie preventieve cognitieve therapie krijgen, en een groep die die specifieke behandeling pas later aangeboden krijgt. Gemeten wordt onder meer het functioneren van de hersenen, pupilreacties en de aandacht voor emotionele informatie.

Rozemarijn: “Hopelijk helpt ons dit aan aanwijzingen die verduidelijken welke processen er belangrijk zijn om de kwetsbaarheid voor depressie te verminderen. Zo kunnen we in de toekomst meer effectieve behandelingen te ontwikkelen. Het is de eerste keer dat een dergelijke grootschalig onderzoek wordt uitgevoerd.”

Deelnemers gezocht

Gezocht worden deelnemers die in het verleden minstens twee keer depressief zijn geweest maar dat nu niet meer zijn, tussen de 18 en 55 jaar oud zijn, en graag iets zouden willen doen om hun kans op terugval te verkleinen. Deze mensen ondergaan een voormeting, bestaande uit vragenlijsten, aandachtstaken met pupilmetingen, en een MRI-onderzoek.

Daarna krijgt een deel van deze groep een preventieve cognitieve therapie van acht sessies. Hierbij wordt stilgestaan bij de manier van denken van deelnemers in tijden dat hun stemming verslechtert. Zij oefenen in het bewust worden van negatieve gedachten en onderliggende denkpatronen en leren deze bij te stellen. Daarnaast wordt veel aandacht besteed aan het ervaren van positieve gebeurtenissen en versterken van positieve gevoelens. Tenslotte stellen deelnemers een persoonlijk preventieplan op.

Na deze periode vindt de eerste nameting plaats, waarin de vragenlijsten, taken en MRI-scan uit de voormeting herhaald worden. Achttien maanden later is er opnieuw contact met de deelnemers om te kijken hoe het gaat. Dit is belangrijk om te kunnen onderzoeken welke factoren bijdragen aan terugval. Ook mensen die nog nooit depressief zijn geweest, kunnen deelnemen aan het onderzoek. Dit om te kunnen onderzoeken waarom mensen die depressief zijn geweest, kwetsbaar zijn om dat nog eens te worden.

Iedereen krijgt therapie

Sinds het onderzoek van start ging, zijn er 12 mensen begonnen met de metingen en therapie, maar er zijn in totaal 75 proefpersonen nodig. Rozemarijn roept potentiele deelnemers dus nogmaals graag op om zich aan te melden.
“We hebben een aantal criteria waar we streng mee om moeten gaan, bijvoorbeeld antidepressivagebruik,” besluit Rozemarijn. “Want dat geeft een vertekend beeld van het functioneren van het brein. Maar voor wie uiteindelijk deelneemt, zijn er veel voordelen, want iedereen ontvangt uiteindelijk de preventieve cognitieve therapie – ook de groep die in eerste instantie werd uitgesloten ervan.

De behandeling is individueel; mensen kunnen starten wanneer ze willen en ook zijn er vrijwel door het hele land therapeuten getraind. Er staat een interessant introductiefilmpje op onze website: www.depressiestudie.com.”

Meer informatie

Voor meer informatie over het onderzoek kunt u contact opnemen met de onderzoekers, Marie-José van Tol en Rozemarijn van Kleef, via depressiestudie@umcg.nl.


Tags: