Nederlands Kenniscentrum Angst en Depressie

Betoog over het nut van extra onderzoek naar angst

19 januari 2016 - Geplaatst onder: Angst

Om de doeltreffendheid van nieuwe behandelingen tegen angst te evalueren, worden traditiegetrouw ratten of muizen als proefdieren ingezet. Maar wat blijkt? In het brein van deze knagertjes wordt angst anders verwerkt dan bij mensen. Bovendien blijkt dat de medicatie die voorhanden is de angst niet wezenlijk minder maakt, maar hoogstens van invloed is op de symptomen.

Aanvullend onderzoek lijkt gerechtvaardigd, maar juist daar lijkt de farmaceutische industrie af te haken. Zo schrijft professor Joseph LeDoux, auteur van het boek Anxious: Using the Brain to Understand and Treat Fear and Anxiety  op opiniepagina Project Syndicate. Hieronder een Nederlandse vertaling van zijn betoog.

Natuurlijk gedrag

Proefdieren laten natuurlijk gedrag zien waarin ze het liefst slecht verlichte ruimtes opzoeken of dichtbij muren zitten. De knaagdieren vermijden daarmee felverlichte, open ruimten, waar ze een gemakkelijke prooi kunnen zijn. Hoe langer het onder invloed van medicatie zijnde dier in die onveilige omgeving verblijft, des te doeltreffender wordt de werking van het angstmedicijn geacht te zijn.
Medicatie vanuit deze theorie voorgeschreven blijkt niet zo goed te werken bij het minder angstig maken van mensen. Maar zowel patiënten als therapeuten beschouwen de beschikbare opties – inclusief benzodiazepines zoals Valium of serotonine heropname remmers zoals Prozac of Zoloft – als voldoende behandeling tegen angst. Tegelijkertijd lijken een aantal grote farmaceutische bedrijven, na jaren van onderzoek, de handdoek in de ring gooien. Zij willen bezuinigen op de ontwikkeling van een nieuw anti-angst geneesmiddel.

Economische last

Maar kunnen we het ons wel veroorloven om de behandeling van angststoornissen op te geven? Angstgevoelens treden op als een mogelijke bron van schade zich aandient of lijkt aan te dienen, terwijl een angststoornis zich manifesteert als er sprake is van mogelijke schade in de toekomst. Wereldwijd ligt de kans om ooit een angststoornis te ontwikkelen op zo’n 15%. Dat betekent enorme kosten voor de samenleving. In de late jaren 1990 werd de totale economische last als gevolg van angststoornissen geschat op meer dan 40 miljard dollar. Maar in totaal zijn de kosten waarschijnlijk hoger: veel angststoornissen worden immers nooit gediagnostiseerd?

Het is eigenlijk niet meer dan logisch dat de meest voorgeschreven medicatie bij angststoornissen niet het beoogde doel bereikt – de medicijnen werken namelijk precies zoals ze bedoeld zijn en volgens de criteria waarmee ze ontwikkeld werden. De behandelingen die werden getest op muizen en ratten maken het leven met een angststoornis gemakkelijker. Maar waar ze niet in slagen, is mensen minder angstig maken.

Knaagdieren zijn anders

De reden hiervoor is simpel. Bij knaagdieren en mensen zijn die hersengedeelten die verantwoordelijk zijn voor het gedrag in bedreigende situaties hetzelfde, met inbegrip van de oudere, diep gelegen en onwillekeurig werkende gedeelten ( zoals bijvoorbeeld de amygdala). Maar daar tegenover staat de betrokkenheid van evolutionair nieuwe systemen in de neocortex, waarbij bewust beleefde ervaringen zoals gevoelens van angst worden beleefd. Deze zijn extreem goed ontwikkeld in de hersenen van mensen, maar slecht ontwikkeld bij knaagdieren. Bovendien kunnen wij bewust beleefde gevoelens uiten door middel van taal, waarmee we onze innerlijke ervaringen weten vorm te geven. Zo kennen we in het Engels bijvoorbeeld meer dan 30 verschillende uitdrukkingen voor de verschillende gradaties van angst.

Dierstudies blijken minder effectief

Dierstudies zijn nuttig, dat staat vast. Maar ze blijken minder effectief als het gaat om de voorspelling van de werking van een medicijn bij onbewust aangestuurde symptomen die worden getriggerd door bedreigende prikkels. Ze blijken ook minder effectief als het gaat om bewust beleefde gevoelens van dreiging of angst. De medicatie die voorhanden is helpt absoluut de groep patiënten die, bijvoorbeeld bij situaties die vermeden worden – zoals overvolle metro’s of een pittige functiebeoordeling – het werkende leven hebben moeten stoppen. Net zoals ratten die medicatie gebruiken minder geremd gedrag laten zien, ( en bijvoorbeeld in staat zijn te verblijven in lichte, open ruimtes), blijken mensen met een angststoornis die medicatie gebruiken beter in staat te zijn terug te keren naar hun werksituatie. Maar omdat de behandeling zich niet direct op de bewuste breinprocessen richt, verdwijnt de angststoornis zélf niet.

Benadering moet genuanceerder

Willen behandelingen effectiever zijn, dan zal onze benadering genuanceerder moeten worden. We zullen de systemen die onwillekeurig te werk gaan anders moeten behandelen dan die in willekeurige ervaringen resulteren. Dit zal niet automatisch betekenen dat er betere medicijnen komen. Onwillekeurige reacties kunnen ook met exposure therapie behandeld worden, waarin herhaalde acties met een dreigend gevaar in scene worden gezet om het psychologische effect te verminderen.

Bevindingen over hoe bewuste en onbewuste hersenconstructies werken kunnen ons helpen om exposure – therapie door middel van blootstelling – doeltreffender te maken. Basisidee daarbij is dat de symptomen waarbij onwillekeurige processen een rol spelen apart worden behandeld dan die waar willekeurige processen in gang worden gezet.

Willekeurig/onwillekeurig

Je zou kunnen starten met een vorm van onwillekeurige exposure of blootstelling, om de reacties van gebieden zoals de amygdala te temperen. Zodra deze systemen onder controle zijn, kan willekeurige exposure worden toegepast om de willekeurige symptomen te behandelen. Tot slot kan de meer traditionele psychotherapie worden toegepast. De therapeut helpt de patiënt aan andere inzichten en overtuigingen door middel van mondelinge interactie, zodat het inzicht in herinneringen, het stimuleren van acceptatie van de eigen omstandigheden en het bieden van manieren om ermee te dealen worden gestimuleerd.

Er is ook ruimte voor medicatie drugs in deze benadering, maar niet als een lange termijn oplossing. Beter: medicatie kan worden ingezet om de exposure behandeling doeltreffender te maken (de farmaceutische d-cycloserine vertoont een belofte te kunnen zijn in dit opzicht).

Benut de kans

De doeltreffendheid van een aanpak die erkent dat uiteenlopende hersensystemen verschillende symptomen vertonen, moet nog naar behoren worden geëvalueerd, maar onderzoek suggereert dat dit zou moeten werken. Het onderzoek zou niet-belastend moeten zijn en een herbestemming van traditioneel gebruikte procedures betekenen. Maar gezien de omvang van het probleem, zou een kans die zo gemakkelijk genomen zou kunnen worden, niet onbenut moeten worden gelaten.


Tags: