Nederlands Kenniscentrum Angst, Dwang, Trauma en Depressie

Nieuwe handreiking afbouwen SSRI’s en SNRI’s

26 maart 2020 - Geplaatst onder: Depressie

Zweten, hoofdpijn, spierpijn, slaapstoornissen, sensaties van elektrische schokken, maar ook psychische klachten als angst, somberheid en prikkelbaarheid. Dit zijn een aantal mogelijke onttrekkingsverschijnselen waarvan patiënten last kunnen krijgen als ze te abrupt stoppen met antidepressiva. Helaas is er weinig onderzoek gedaan naar hoe vaak deze verschijnselen voorkomen en hoe je het beste antidepressiva kunt afbouwen. De handreiking ‘Afbouwen SSRI’s & SNRI’s geeft een aanzet richting een passend behandelplan. Werkgroeplid Eric Ruhé vertelt ons over in- en outs van dit advies.

Wat was de aanleiding voor jullie handreiking?

‘Er is wetenschappelijk weinig bekend over onttrekkingsverschijnselen bij antidepressiva,’ legt Ruhé uit. ‘We weten dat bepaalde middelen ernstige klachten veroorzaken als je een dosis vergeet of te snel stopt. Vooral bij paroxetine en venlafaxine komt dit relatief vaak voor, maar in principe kunnen mensen zo reageren bij de afbouw van alle antidepressiva. Maar, dit wil ook weer niet zeggen dat iedereen onttrekkingsverschijnselen krijgt: iedere persoon reageert anders op afbouwen.’

Samenwerking KNMP, MIND, NHG en NVvP

Voor behandelaars was er behoefte aan meer eenduidige handvatten hoe hiermee om te gaan. In augustus 2017 sloegen de Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Pharmacie (KNMP), patiëntenkoepel MIND, het Nederlandse Huisartsen Genootschap (NHG) en de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP) daarom de handen ineen om hierin een gezamenlijk advies op te stellen. ‘Binnen een werkgroep bespraken we verschillende antidepressiva, afbouwmedicatie en beredeneerden we hoe afbouwschema’s eruit zouden kunnen zien. Leidend was de vraag: wat kun je het beste doen om onttrekkingsverschijnselen in te dammen?’

Hoe kwamen jullie tot deze handreiking?

‘We hebben veel literatuur doorgepluisd,’ vertelt Ruhé. ‘We vonden slechts twee gerandomiseerde onderzoeken die vaststelden dat de in die onderzoeken vergeleken afbouwschema’s geen verschil lieten zien wat betreft onttrekkingsverschijnselen. Echter, bij die onderzoeken was de periode van afbouwen twee weken: vrij kort. Wij stellen juist voor om te overwegen er aanzienlijk langer over te doen dan twee weken. Zeker als er bepaalde risicofactoren lijken te zijn dat iemand onttrekkingsverschijn­selen zal krijgen.’

Ons advies: geleidelijk afbouwen

‘We adviseren net als andere experts om bij aanwezigheid van een risicofactor geleidelijk af te bouwen en met steeds kleinere doseringstapjes. Om zo de effecten van de antidepressiva op het farmacologische aangrijpingspunt (de bezetting van heropname-transporters) in de hersenen heel langzaam te laten afnemen. Het is te vergelijken met een vliegtuig dat heel geleidelijk landt.’

Risicofactoren bij afbouwen antidepressiva

Sommige mensen lopen waarschijnlijk een groter risico op onttrekkingsverschijnselen. Hoewel goed onderzoek hiernaar ook ontbreekt stipt de werkgroep een drietal risicofactoren aan die de kans op onttrekkingsverschijnselen groter maakt: 1. het optreden van onttrekkingsverschijnselen bij het (per ongeluk) overslaan van een dosis; 2. een eerdere mislukte stoppoging en 3. het gebruik van een hogere dosering dan de minimaal effectieve dosis. ‘Daarnaast zijn er andere factoren die minder consistent worden genoemd. Dat zijn onder andere de duur van het gebruik, de ernst van de bijwerkingen bij de start, een sterke angst voor afbouwen en bepaalde genetische varianten die de afbraak van antidepressiva beïnvloeden.’

Meer wetenschappelijk onderzoek benodigd

Deze risicofactoren lijken de kans op onttrekkingsverschijnselen te vergroten, maar in welke mate? Dat kan Ruhé niet zeggen: ‘Wij kunnen geen harde cijfers geven; hiervoor is wetenschappelijk onderzoek noodzakelijk. Waarschijnlijk gaat de OPERA-studie ons deze informatie opleveren door te onderzoeken bij wie je wanneer het beste kunt afbouwen. Daarbij kan deze studie ook uitsluitsel gaan geven over wat wel en niet een risicofactor is. De vraag wat het meest optimale afbouwschema is, blijft echter nog open. Wij hopen dat daar in de toekomst ook onderzoek naar wordt gedaan!’

Wat betekent dit voor de klinische praktijk?

‘Ons document is een advies,’ antwoordt Ruhé. ‘Wij geven een advies hoe de werkgroep en daarmee de beroepsgroepen die zij vertegenwoordigt over dit onderwerp denken. Dat is belangrijk omdat een dergelijk breed gedragen advies er nog niet was. Ik heb diverse positieve reacties gehad op de publicatie en ik denk dat veel behandelaars het kunnen gebruiken in de praktijk. Het maakt ze er bewust van dat je goed met de patiënt moet afwegen hoe hij of zij afbouwt, zeker als er risicofactoren in het spel zijn.’

Over de handreiking

Het artikel ‘Het afbouwen van SSRI’s en SNRI’s’verscheen in februari in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (NTvG). Het artikel is een bespreking van de stand van zaken rond het afbouwen van antidepressiva en is gebaseerd op het multidisciplinaire document ‘Afbouwen van SSRI’s en SNRI’s’, opgesteld namens de KNMP, patiëntenvereniging MIND, NHG en NVvP. Afgevaardigden van deze organisaties kwamen bijeen in een werkgroep waarin ze de afbouw voor verschillende antidepressiva bespraken. Het oorspronkelijke multidisciplinaire document ‘Afbouwen van SSRI’s en SNRI’s’ staat op de website van de partijen.

 

 

 


Tags: