Nederlands Kenniscentrum Angst en Depressie

Neusspray tegen angst en depressie

9 september 2016 - Geplaatst onder: Angst, Behandelmethoden, Depressie

Het knuffelhormoon oxytocine zorgt ervoor dat mensen met een posttraumatische stressstoornis zich minder angstig en rustiger voelen. Ook verhoogt het de motivatie, blijkt uit AMC-research. Daarom willen de onderzoekers het knuffelhormoon gebruiken om psychotherapie bij traumaverwerking te ondersteunen.

Mensen kunnen een posttraumatische stressstoornis (PTSS) ontwikkelen na een zeer ingrijpende gebeurtenis in hun leven. Denk aan een auto-ongeluk, natuurramp of geweld. Deze stoornis kan gepaard gaan met heftige symptomen: de patiënt herbeleeft de traumatische gebeurtenis steeds weer bijvoorbeeld, of schrikt steeds bij alledaagse zaken zoals de ringtone van een telefoon.

Maar ook depressieve klachten en vermijdingsgedrag zijn symptomen van PTSS. De gangbare therapie voor deze patiënten is gebaseerd op het doelbewust herbeleven van het trauma, waardoor de symptomen afnemen. Zo’n therapie kent vele vormen, maar in z’n algemeenheid kan ze zwaar zijn voor de patiënt.

Er zijn niet zo veel harde cijfers over het aantal mensen met PTSS in Nederland. Uit grootschalig onderzoek van hoogleraar Psychotraumatologie Miranda Olff een aantal jaren geleden kwam naar voren dat zo’n tachtig procent van de Nederlanders ooit een traumatische ervaring heeft doorstaan. Gelukkig ontwikkelt niet iedereen daarna ook een posttraumatische stressstoornis. Toch kreeg één op de tien mensen die zo’n trauma doorstonden, daadwerkelijk PTSS.

Hechte band

Mensen met een posttraumatische stressstoornis vertonen vermijdingsgedrag; zij willen niet praten over hun ingrijpende ervaring en proberen de confrontatie met de traumatische situatie zo veel mogelijk te voorkomen. Therapie voor PTSS slaat, mede hierdoor, lang niet altijd aan. AMC-onderzoekers gingen onder leiding van Olff na of het toedienen van het knuffelhormoon oxytocine patiënten met PTSS kan helpen bij het verwerken van hun trauma.

“Oxytocine is een hormoon. Het heeft effect in de hersenen, wat betekent dat je het goed in beeld kunt brengen op hersenscans. Oxytocine wordt vaak het knuffelhormoon genoemd, omdat het bij moeders vrijkomt tijdens de bevalling en tijdens de borstvoeding. Daarnaast zorgt het ook voor het ontstaan van de hechte band tussen moeder en kind, vandaar de associatie met knuffelen”, vertelt onderzoeker Saskia Koch van de afdeling Psychiatrie.

Ruim vier jaar geleden begonnen de onderzoekers met diverse studies naar de mogelijk gunstige invloed van oxytocine op PTSS-klachten. De eerste artikelen werden onlangs gepubliceerd. “We weten uit eerder onderzoek dat oxytocine angst remt. Dat kunnen we in kaart brengen door de amygdala in de hersenen te scannen. Dit hersengebied vertoont een grotere activiteit als een persoon angstig is en alert reageert – wat bijzonder nuttig is in een gevaarlijke situatie. Alleen, als er geen gevaarlijke situatie meer is, dan zou die alertheid ook weer moeten afzwakken. Bij mensen met PTSS zien we dat dat niet het geval is. Dus de activiteit van de amygdala blijft hoog. We wilden weten of toediening van oxytocine zichtbaar invloed heeft op die alertheid”, stelt Koch.

Invloed op beloningssysteem hersenen

Naast een angstremmend effect heeft oxytocine eveneens invloed op het beloningssysteem in de hersenen, dat er bijvoorbeeld voor kan zorgen dat mensen meer gemotiveerd raken. Ook dat is met scans in beeld te brengen.

Om hun hypotheses te testen, dienden de onderzoekers via een neusspray oxytocine toe aan politieagenten van wie een deel PTSS had en een deel niet. Allen hebben in hun leven meerdere traumatische ervaringen gehad, gerelateerd aan hun beroep, maar ze ontwikkelden niet allemaal PTSS. Vervolgens werd hen gevraagd om een aantal taken uit te voeren waarbij de diverse hersengebieden met een MRI-scan in beeld werden gebracht.

Alle deelnemers kregen een keer een placebo en een keer oxytocine, zonder te weten welk van de twee er op dat moment gegeven werd. Voor het meten van de amygdala-activiteit moesten de deelnemers plaatjes met gezichten die allerlei emoties vertonen, matchen met elkaar – een testje dat vaak wordt gebruikt bij amygdala-onderzoek, omdat de amygdala reageert op emoties in de omgeving.

Het bleek dat de PTSS-patiënten minder amygdala-activiteit vertoonden nadat ze oxytocine hadden ingenomen, dan wanneer ze een placebo hadden gekregen. Daarnaast vroegen de onderzoekers de proefpersonen of ze konden gokken welke spray ze hadden gehad. De mensen met PTSS schatten juist in wanneer zij oxytocine hadden gekregen. Zij gaven aan zich minder angstig en rustiger te voelen na toediening van de spray. Deze uitkomsten impliceren dat oxytocine bij PTSS een angstremmende invloed heeft, met name in de amygdala.

Gevoel niets te willen

Het tweede taakje in de scanner richtte zich op de beloningsgebieden van de hersenen. Veel mensen met PTSS ervaren namelijk anhedonie; het gevoel niets te willen, interesse in de omgeving te verliezen en zich niet te kunnen binden aan hun sociale omgeving. De hersenactiviteit die hiermee is geassocieerd, bevindt zich in drie belangrijke gebieden die wederom met scans in beeld zijn te brengen. En ook hier zagen de onderzoekers een gunstige invloed van de oxytocine.

“Het hormoon had invloed op de gevoeligheid voor het winnen of verliezen van geld. De patiënt leek gemotiveerder en doelgerichter om de taak zo goed mogelijk uit te voeren. Dat is iets wat door de PTSS juist is verstoord, en wat bij het aangaan van een behandeling wel erg belangrijk is. Uit ons onderzoek kan dus worden geconcludeerd dat oxytocine een meetbaar effect vertoont op die gebieden in de hersenen die bij PTSS-patiënten verstoord zijn”, stellen de onderzoekers.

Bijdrage aan behandeling PTSS

“Van beide toepassingen, dus het remmen van angst en het stimuleren van het beloningsgebied denken we dat ze bij kunnen dragen aan de behandeling van PTSS. Als je immers angst kunt remmen en motivatie kunt verhogen, dan is het voor een patiënt minder lastig om de therapie überhaupt aan te gaan en te doorstaan”, vertelt hoogleraar Olff. “We willen niets liever dan dit in de praktijk verder testen. We denken dan aan het toedienen van een oxytocine neusspray ongeveer een half uur voor de start van een therapiesessie. Je zou het hormoon als ondersteuning bij bestaande therapie moeten inzetten, denken we: door de angst te remmen en door die motivatie voor het aangaan van de behandeling te verhogen, kunnen de effecten van therapie vele malen groter zijn. Dat willen we graag onderzoeken in een klinische setting.”

De onderzoekers publiceren de komende tijd overigens nog meer resultaten uit hun onderzoek. Onder meer over de mogelijkheid om oxytocine preventief in te zetten bij acute trauma’s om mogelijk te voorkomen dat mensen PTSS ontwikkelen, en naar het effect van het knuffelhormoon op de gevoeligheid voor sociale beloning.

Bron: AMC


Tags: