Nederlands Kenniscentrum Angst, Dwang, Trauma en Depressie

Modulaire gedragstherapie bij angststoornis kinderen lijkt mogelijk effectief

11 mei 2020 - Geplaatst onder: Angst

Ongeveer 5 op de 100 kinderen in Nederland kampt met een angststoornis: relatief veel. Hoe kunnen zij effectiever worden behandeld? En: Welke therapie werkt voor wie? Deze vragen staan centraal in het promotieonderzoek van Liesbeth Telman, promovenda aan de Universiteit van Amsterdam (UvA). Zij richt zich met name op de relatief nieuwe modulaire gedragstherapie. Wij stelden haar een aantal vragen hierover.

Wat houdt modulaire gedragstherapie precies in?

‘Deze vernieuwde therapie is beter bekend als Denken + Doen = Durven,’ begint Telman haar uitleg. ‘En bestaat uit verschillende modules waaruit een behandelaar kan kiezen. Zo kan hij of zij de therapie beter afstemmen op het kind zelf. Er is onder andere een module over cognitief uitdagen, exposure, mindfulness en ontspanningsoefeningen. Het enige wat vaststaat, is dat de therapie begint met psycho-educatie en eindigt met terugvalpreventie.’

Waar richt uw onderzoek zich op?

‘Centraal stond het thema angststoornissen bij kinderen, maar we hebben verschillende aspecten onder de loep genomen. Hoe beïnvloedt een angststoornis de rest van het gezin? Hoe vaak komt eenzelfde ziektebeeld voor bij ouders en broers/zussen? En tenslotte: hoe belastend is het voor de kinderen? Mensen onderschatten nogal eens de gevolgen. In het tweede deel keken we naar het effect van modulaire gedragstherapie, of de klachten hierdoor afnamen.’

Hoe was het onderzoek opgezet?

‘Het onderzoek bestond uit twee delen,’ legt Telman uit. ‘In het eerste deel werd onderzocht wat de impact is van angststoornissen op het dagelijks leven. Het tweede deel bestond uit een grote multicenter-studie waarbij 116 kinderen uit heel Nederland het modulaire Denken+Doen=Durven protocol kregen aangeboden. Telman: ‘In de eerste studie onderzochten we een groep kinderen met een angststoornis, andere groepen bestonden uit kinderen met ADHD en autisme en een controlegroep zonder diagnoses. Daarin keken we naar verschillende aspecten van hun levenskwaliteit.’

Lager psychologisch bewustzijn

‘Hoe gelukkig waren ze? Ook besteedden we aandacht aan ouderlijke (opvoed)stress. We vonden dat kinderen met angstklachten een lagere kwaliteit van leven hebben dan kinderen zonder diagnose. Ze hadden een lagere levenskwaliteit op alle onderzochte gebieden: psychologisch, fysiek, school, sociaal en ouder-kindrelatie dan kinderen zonder diagnose. Wel functioneren ze beter op school in vergelijking met kinderen met ADHD.’

Ook vonden jullie dat er minder opvoedstress is dan bij kinderen met ADHD of autisme?

‘Ja, dat vonden wij wel opvallend,’ vertelt Telman. ‘We weten namelijk dat angst wel invloed heeft op de relatie met de ouders. Sommige kinderen krijgen vermijdingsangst, waarbij ze lastige situaties of mensen uit de weg gaan. Ouders passen zich echter snel aan. Daarnaast denken we dat deze klachten minder opvoedstress geven, omdat een kind internaliserend gedrag vertoont: voor de buitenwereld is vaak niet zichtbaar wat er in hun hoofd omgaat.’

Wat waren de belangrijkste conclusies?

‘Allereerst bevestigt ons onderzoek bevindingen van eerdere studies dat angstklachten vaak voorkomen bij meerdere familieleden. Bij kinderen met een angststoornis is de kans 2 tot 3x zo groot dat een ouder het ook heeft. We vonden echter dat broers of zussen van angstige kinderen geen verhoogde kans hebben om zelf een angststoornis te ontwikkelen. Daarbij zagen we dat een sociale angststoornis het vaakst voorkomt binnen een gezin; bij een specifieke fobie zie je dat minder vaak.’

Effectiviteit Denken + Doen = Durven

Wat betreft de effectiviteit van modulaire gedragstherapie is Telman wat voorzichtiger in haar conclusies. ‘Dit is echt een eerste onderzoek, waardoor we het nog niet hebben vergeleken met andere behandelingen. We hebben kunnen aantonen dat het werkt in het verminderen van de angstklachten. Mogelijk is de therapie kosteneffectief, omdat er een lager aantal sessies werd gebruikt dan standaard. Normaal ligt het aantal op 12 tot 16, in ons onderzoek op 10. Bovendien sluit het goed aan bij het werken in de praktijk. We hoorden vanuit de praktijk terug dat vooral de mindfulness- en ontspanningsoefeningen in goede aarde vielen; deze waren geheel nieuw.’

Welke vervolgstappen verwacht u?

‘We willen verder onderzoeken wat voor wie werkt. Alleen zo kun je écht maatwerk leveren. Het liefst krijgen we duidelijk welke modules effectief zijn bij sociale angst en welke bij een andere angststoornis zoals specifieke fobie. Daarnaast zou het interessant zijn om modulaire behandeling te vergelijken met reguliere cognitieve therapie.’

Verwijzing naar het proefschrift

But I am scared… Impact, Transmission, and Effectiveness of Treatment of Childhood Anxiety Disorders.


Tags: