Nederlands Kenniscentrum Angst, Dwang, Trauma en Depressie

Manier van onderzoeken depressie niet altijd betrouwbaar

17 februari 2020 - Geplaatst onder: Depressie

Depressie is de meest voorkomende psychische stoornis ter wereld. Enorme inspanningen en investeringen worden gedaan in onderzoek naar deze ziekte, maar de onderzoeksmethoden zijn niet altijd betrouwbaar. Zo vindt Eiko Fried, assistent professor aan de vakgroep Klinische Psychologie van Universiteit Leiden. Wij spraken hem over zijn onderzoek.

‘De essentie van het probleem is dat onduidelijk is wat depressie precies inhoudt,’ legt Fried uit. ‘Neem bijvoorbeeld de vraag hoe je vaststelt of iemand depressief is. Volgens de DSM moet je dan minstens vijf symptomen hebben. Een behandelaar kan aan de hand van individuele gesprekken zeggen of een cliënt hier last van heeft. Bij grootschalige onderzoeken wordt echter gewerkt met duizenden mensen, soms wel honderdduizenden. Hen allemaal spreken is onbegonnen werk.’

Verschillende schalen

‘Daarom gebruiken onderzoekers schalen die kijken naar depressiesymptomen zoals moeheid, sombere stemming en verminderde eetlust. De som van iedere deelnemer weerspiegelt de ernst van de depressie en een bepaalde drempel bepaalt of iemand wordt geclassificeerd als depressief óf gezond. Het lastige hieraan is dat het nooit 100% zeker is, maar een “mogelijke diagnose”. Het blijft een gok.’

Wel op de ene schaal; niet op de andere

Voorbeelden van de schalen die Fried analyseert, zijn de Beck Depression Inventory en Hamilton Rating Scale for Depression. ‘Zo gaan er nog veel meer rond. In totaal wel zo’n 280 (!), waarvan er ongeveer 25 daadwerkelijk worden gebruikt in onderzoek. Ze meten verschillende symptomen. Zo meet de één of je veel huilt; de ander neemt dat symptoom niet mee. Hierdoor kan het dat je depressie hebt volgens de ene schaal, maar op een tweede en derde schaal niet. En de meeste onderzoekers gebruiken maar één schaal.’

Meetproblemen

‘Meetproblemen vormen de kern van de crisis om depressie te begrijpen,’ stelt Fried. ‘Vergelijk het met 1000 mensen die terugkomen uit China. Twee onderzoekteams controleren deze mensen op het corona-virus. Ze gebruiken verschillende onderzoeksmethodes en verschillen heel erg van mening over wie er in quarantaine moet: een groot probleem! Hetzelfde geldt voor depressie.’

Depressie geen afgebakend syndroom

Ten grondslag aan de schalen ligt de overtuiging dat depressie één samenhangende ziekte is, zoals de mazelen. Maar dat gaat volgens Fried niet op. ‘Symptomen verschillen enorm van patiënt tot patiënt. In 2015 ontdekten we bij 3703 depressieve patiënten 1030 unieke combinaties van uiteenlopende symptomen. Daarnaast telt bij depressie niet per se het aantal symptomen, maar wegen sommige symptomen zwaarder: het kan veel verschil maken of iemand suïcidaal óf moe is. Daarbij komt dat veel symptomen mogelijk een oorzakelijke relatie met elkaar hebben. Een sombere stemming kan tot veel piekeren leiden en veel piekeren leidt weer tot slapeloosheid.

Kijken naar symptomen de oplossing

‘Het onderzoek naar depressie kunnen we naar een hoger niveau tillen door te denken in symptomen in plaats van syndromen. Onderzoekers moeten stoppen met depressie als één syndroom te zien, want individuele symptomen kunnen het vertrekpunt zijn voor een passende behandeling. Dat is waarom een one-size-fits-all behandeling niet werkt. Behandelaars weten dit goed en passen de keuze voor antidepressiva hierop aan. Zo kiezen ze voor een sederend type als ze weten dat een patiënt veel piekert.

Over Eiko Fried

Eiko Fried is assistent professor aan de vakgroep Klinische Psychologie van Universiteit Leiden. Daarvoor haalde hij in 2014 zijn PhD in Klinische Psychologie aan de Vrije Universiteit Berlijn, was vervolgens een jaar lang bezoekende wetenschapper aan de “University of Michigan” en werkte vier jaar bij de faculteit Psychologische Methoden aan de Universiteit van Leuven en van Amsterdam. Op zijn naam staan zo’n 45 publicaties over depressie.


Tags: