Nederlands Kenniscentrum Angst en Depressie

Huisarts moet zelfmoordgedachten bespreken met depressieve patiënten

16 juni 2009 - Geplaatst onder: Depressie

(www.nivel.nl) – Depressie is een van de grootste risicofactoren voor suïcide. Huisartsen behandelen en verwijzen patiënten met depressie adequaat, maar zouden vaker het initiatief moeten nemen om over suïcidale gedachten te praten. Zo’n gesprek drijft niet tot zelfmoord en kan bevrijdend werken, betogen onderzoekers van het NIVEL in Huisarts & Wetenschap.

Per jaar overlijden ongeveer 1000 mannen en 500 vrouwen door zelfmoord en doen ongeveer 90.000 mensen een zelfmoordpoging. In de maand voorafgaand aan de suïcide of suïcidepoging heeft ruim de helft van de patiënten nog contact gehad met de huisarts. Terugkijkend was in ongeveer een kwart van de gevallen de zelfmoord of zelfmoordpoging te verwachten. Maar tijdens alle contacten over de depressieve klachten voerde de huisarts slechts met 7% van de patiënten die zelfmoord pleegden een gesprek over suïcidale gedachten. NIVEL-projectleider, epidemioloog en huisarts Gé Donker: “Het goede nieuws is dat het totale aantal zelfmoordpogingen en zelfmoorden in de loop der jaren voortdurend is afgenomen. Ons onderzoek laat zien dat dit mogelijk in de toekomst nog verder kan verminderen.”

Slapeloosheid en apathie
Van de patiënten die zelfmoord pleegden of een poging ondernamen was gemiddeld 60% onder behandeling bij de huisarts voor depressie. Depressieve suïcidale patiënten hebben vaak meerdere klachten zoals bijvoorbeeld slapeloosheid, apathie, relatieproblemen en zelfmoordgedachten. De onderzoekers keken voor welke klachten patiënten de huisarts bezochten die tussen 1984 en 2007 zelfmoord pleegden of een poging daartoe ondernamen. Sinds 1979 zijn deze data verzameld door de Peilstations van de Continue Morbiditeitsregistratie van het NIVEL.

CMR
De Continue Morbiditeit Registratie (CMR) Peilstations vormen een representatieve groep van 61 Nederlandse huisartsen in 45 praktijken. Hun patiëntenpopulatie bestrijkt ongeveer 0,8% van de Nederlandse bevolking en is representatief naar regio en naar verdeling over stad en platteland. De peilstation-huisartsen rapporteren wekelijks (waardoor trends zeer snel zichtbaar worden) of op jaarbasis over het vóórkomen van een aantal ziekten, gebeurtenissen en verrichtingen die in routine-registraties ontbreken en daarin niet gemakkelijk zijn op te nemen. De CMR-peilstations bestaan sinds 1970.


Tags: