Nederlands Kenniscentrum Angst en Depressie

Wat gebeurt er in het brein bij angst? Studie werpt licht

2 augustus 2017 - Geplaatst onder: Angst

We raken allemaal weleens angstig van tijd tot tijd, maar wat gebeurt er in het brein wanneer dit gevreesde gevoel zich manifesteert? Amerikaans onderzoek helpt deze vraag te beantwoorden. De onderzoekers ontdekten hersencellen die geactiveerd raken als reactie op onzekere omstandigheden. Kennis die deuren kan openen naar nieuwe behandelmethoden voor angststoornissen.

Door middel van een studie bij apen ontdekte Dr. Ilya Monosov van Washington University specifieke hersencellen die worden geactiveerd als reactie op angst. De onderzoeker publiceerde zijn bevindingen in het tijdschrift Nature Communications.

Angst laat zich omschrijven als gevoelens van piekeren, nervositeit of angst voor een bepaalde gebeurtenis of situatie die kan resulteren in een onprettige uitkomst, zoals een sollicitatiegesprek of een examen. Terwijl deze gevoelens bij sommige personen snel afnemen, kunnen anderen angststoornissen ontwikkelen, waarbij de angst aanhoudt of in de loop van de tijd toeneemt.

Onzekerheid triggert specifieke hersenactiviteit

Monosov bestudeerde in het onderzoek de hersenen van resusapen, wiens hersenstructuur veel lijkt op die van mensen. De focus lag daarbij op de anterior cingulate cortex (ACC) van het brein, een gebied in de prefrontale cortex, waarvan eerdere studies lieten zien dat het een rol speelt  in gedrag dat wordt geassocieerd met onzekerheid – dat een sleutelrol speelt bij het ontstaan van angst.

Voor de studie trainde Monosov twee apen om drie verschillende geometrische patronen met drie verschillende uitkomsten te associëren. Eén patroon werd daarbij vergezeld van het ontvangen van een irritante luchtstroom in het gezicht, die een zekere uitkomst vertegenwoordigde. Eén patroon vertegenwoordigde 50% waarschijnlijkheid van het irritante luchtstroompje (een onzekere uitkomst dus), terwijl het derde patroon geen enkele uitkomst vertegenwoordigde. Terwijl de apen de geometrische patronen te zien kregen, gebruikte Monosov MRI om de neurone activiteit in de ACC van hun hersenen te meten.

De onderzoeker identificeerde hersencellen in de ACC die werden geactiveerd als reactie op het geometrische patroon dat werd geassocieerd met een onzekere uitkomst. Daarentegen vertoonden deze hersencellen geen activiteit als de apen de patronen te zien kregen waar een zekere of geen uitkomst mee geassocieerd werd.

“We vonden een populatie van neuronen die specifiek actief werden als de apen dachten dat er iets ergs of vervelends – zoals een irritante luchtstroom in het gezicht – zou komen. Die waren er niet als ze zeker wisten dat die zou komen,” legt Monosov uit.

Uitkomsten voeden mogelijk nieuwe behandelmethoden

In een ander experiment leerde Monosov om apen twee geometrische patronen te herkennen, die werden geassocieerd met de zekerheid of de mogelijkheid om een slokje vruchtensap te ontvangen; een positieve uitkomst. De resultaten waren hetzelfde als die te zien waren in het eerste experiment: als de apen werden geconfronteerd met een onzekere uitkomst, activeerden een specifieke groep hersencellen in de ACC. Deze werden niet geactiveerd als de apen met een zekere uitkomst werden geconfronteerd.

Volgens de onderzoeker helpen deze bevindingen niet alleen de hersenmechanismen te verklaren die bij angst een rol spelen, maar kunnen ze tevens de weg vrijmaken om nieuwe behandelmethoden te ontwikkelen voor angst- en andere gedragsstoornissen.

“Nu we weten welke cellen actief zijn als een dier wordt geconfronteerd met de onzekerheid van een slechte ervaring, kunnen we proberen de activiteit van deze cellen te ontwrichten. Het opent wegen naar nader onderzoek, dat wellicht op een dag zal leiden tot nieuwe manieren om stoornissen als angst en depressie te behandelen.”