Nederlands Kenniscentrum Angst en Depressie

Dosering van antidepressiva op basis van genetische aanleg

30 oktober 2018 - Geplaatst onder: Depressie

Het Radboudumc start een onderzoek naar de persoonlijke dosering van antidepressiva voor patiënten met een ernstige depressie. Deze dosering wordt gebaseerd op de erfelijke aanleg om medicijnen in de lever af te breken. Een persoonlijk behandelplan op basis van de genen moet leiden tot een snellere behandeling met minder bijwerkingen.

Tricyclische antidepressiva nemen een belangrijke plaats in bij de behandeling van ernstige depressie. Deze middelen worden vaak ingezet als reguliere antidepressiva (zogenaamde SSRI’s) niet aanslaan. Een juiste dosering is noodzakelijk voor een goede behandeling. Als de dosering te laag is, is het antidepressivum niet of minder goed werkzaam. Als de dosering te hoog is, is de kans op bijwerkingen groter.

Momenteel kost het veel tijd om patiënten in te stellen op de juiste dosering. Deze is namelijk niet voor iedereen hetzelfde. Dat komt omdat grote verschillen bestaan in de snelheid waarmee de lever het medicijn afbreekt. Deze verschillen zijn erfelijk bepaald, zegt onderzoeksleider en psychiater Joost Janzing: “Wij willen vooraf kunnen bepalen hoeveel medicijn iemand nodig heeft. We doen dit door variaties in de CYP-genen te bepalen. Deze genen coderen voor de enzymen die in de lever het medicijn afbreken. Hoe meer activiteit van deze genen, hoe meer enzym, des te sneller het medicijn wordt afgebroken.”

Met behulp van de uitslag van de genetische test kan direct de juiste dosering worden voorgeschreven. Doseren op basis van de test wordt vergeleken met doseren op de gebruikelijke wijze. De onderzoekers verwachten dat patiënten sneller herstellen en minder bijwerkingen ervaren bij gebruik van de genetische test. Tijdens het onderzoek worden de deelnemers intensief gevolgd waarbij wekelijks de werking en de bijwerkingen worden gemeten.

Ria (62) uit Berg en Dal doet sinds eind augustus mee aan het onderzoek. “Driekwart jaar geleden kreeg ik ook al antidepressiva voorgeschreven. Ik had daar toen hele heftige bijwerkingen van, waardoor ik gelijk weer moest gaan afbouwen. Ik wilde toen graag verder met cognitieve gedragstherapie, in combinatie met medicatie. Zo kwam ik bij het Radboudumc terecht en ben ik gevraagd voor dit onderzoek. Na een of twee keer opbouwen, zat ik al op de goede dosis. Ik zeg het een beetje met gekruiste vingers, maar ik voel me nu gelukkig.”

Het vooraf bepalen van iemands genetische informatie om medicijnen beter te kunnen doseren, is relatief nieuw. Door de opmars van deze farmacogenetica kunnen behandelingen steeds meer op de persoon worden toegesneden. De bepaling van de CYP-genen voor de dosering van antidepressiva is een van de eerste toepassingen in de praktijk, zegt Joost Janzing: “De meerwaarde van het vooraf checken van de genen is op theoretische gronden aannemelijk. In deze studie willen we de effecten van de test in de klinische praktijk in kaart brengen.”

Er zijn jaarlijks ongeveer 50.000 patiënten met een ernstige depressie voor wie behandeling met tricyclische antidepressiva relevant is. De onderzoekers schatten in dat de inzet van farmacogenetica 12 miljoen aan gezondheidskosten en 63 miljoen aan maatschappelijke kosten kan besparen. Het onderzoek is met subsidie van ZonMw opgezet in het Radboudumc en wordt uitgevoerd bij patiënten van het Radboudumc, Pro Persona (de locaties Nijmegen, Arnhem, Ede en Tiel), Vincent van Gogh (Noord-Limburg), Reinier van Arkel (’s Hertogenbosch) en Erasmus MC (Rotterdam).

Bron: Radboudumc


Tags: