Nederlands Kenniscentrum Angst en Depressie

Depressie na hartinfarct zichtbaar in hersenen

9 november 2011 - Geplaatst onder: Depressie

(Rijksuniversiteit Groningen) – Hoe verder de vergrijzing oprukt, hoe meer patiënten hart- en vaatziekten krijgen. Deze aandoeningen worden steeds beter behandelbaar. Over de stemmingsstoornissen die na een hartinfarct kunnen optreden, is echter nog te weinig bekend. Dorien Tulner onderzocht welke (neuro)biologische factoren een rol spelen bij depressie na een hartinfarct en wat de effecten zijn van antidepressieve behandeling.

Uit haar onderzoek blijkt onder meer dat bij depressieve symptomen na een hartinfarct opmerkelijk vaak sprake is van zogenoemde ‘witte stof-afwijkingen’ in de hersenen. Deze zijn wellicht (mede)verantwoordelijk voor de depressieve symptomen. Bij tachtig procent van de patiënten wordt in de week na het infarct bovendien het eiwit S100B in het bloed aangetroffen. Dit is een aanwijzing dat er hersenschade is opgetreden. Hoe meer van dit eiwit wordt aangetroffen, hoe ernstiger de depressieve klachten, zo blijkt. Het antidepressivum mirtazapine slaat bij een deel van de patiënten goed aan. De effectiviteit blijkt toe te schrijven aan beïnvloeding van het immuunsysteem. Patiënten die na het hartinfarct goed reageren op antidepressiva, krijgen minder hartproblemen dan zij die daarop niet goed reageren.

Dorien Tulner (Aduard, 1960) studeerde geneeskunde te Groningen. Ze verrichtte haar onderzoek aan de afdeling Psychiatrie van het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG). Het onderzoek werd mede gefinancierd door de Nederlandse Hartstichting, MSD en Lundbeck. Tulner werkt inmiddels als directeur en psychiater bij Cavari Clinics te Groningen, een privékliniek gericht op arbeid en gezondheid.


Tags: