Nederlands Kenniscentrum Angst, Dwang, Trauma en Depressie

Acceptatie- en Commitment Therapie effectief bij depressie

18 mei 2020 - Geplaatst onder: Behandelmethoden, Depressie

‘Als mens zijn we geneigd om negatieve ervaringen uit de weg te gaan. Tot op een bepaalde hoogte kan dat ook, maar er is een grens.’ In dat geval kan Acceptatie- en Commitment Therapie (ACT) uitkomst bieden. Jacqueline A-Tjak deed onderzoek bij de Universiteit van Amsterdam naar deze therapievorm bij mensen met depressie en in dit interview vertelt ze meer over wat het inhoudt en hoe effectief het is.

Wat houdt Acceptatie- en Commitment Therapie in?

‘De meeste mensen gaan het liefst negatieve gevoelens en situaties uit de weg: angst, verdriet en machteloosheid, begint A-Tjak haar uitleg. ‘Er is echter een grens aan hoeveel je dit kunt doen. Wordt die grens overschreden, dan ga je dingen vermijden die je belangrijk vindt of worden de ervaringen juist intenser. Bijvoorbeeld iemand die paniek probeert te beheersen door binnen te blijven, raakt op den duur geïsoleerd en kan niet meer voor haar eigen kinderen zorgen. Het is belangrijk om uit het gevecht met je eigen emotie te stappen, en om je gedachten te observeren, te accepteren als gedachte in plaats van als waarheid.

De angst meenemen: commitment

‘Commitment, of toegewijde actie is een belangrijke stap in de therapie. Het betekent dat je in staat bent om de dingen te doen die jij belangrijk vindt, terwijl je moeilijke gevoelens of gedachten meeneemt. Je boodschappen doen, je kinderen naar school brengen… De Commitment-kant gaat erover dat je je niet nodeloos laat tegenhouden door innerlijke ervaringen zoals lichamelijke sensaties, emoties, gedachten en herinneringen.’

Wat was het doel van uw onderzoek?

De Acceptatie- en Commitment Therapie staat nog niet in de richtlijnen. Zodoende is het geen eerste-keusbehandeling bij depressie. ‘Desondanks zijn er goede redenen om ACT een kans te geven,’ meent A-Tjak. ‘Bij eerdere onderzoeken kwam naar voren dat de therapie mogelijk effectief kan zijn. Er was echter weinig onderzoek naar de effectiviteit bij de depressieve stoornis zoals vastgelegd in de DSM. Wij willen hier meer duidelijkheid in scheppen.’

Hoe was het onderzoek opgezet?

‘Het promotieonderzoek had de vorm van een RCT, gerandomiseerde gecontroleerde studie (randomised clinical trial). In totaal deden er 82 mensen mee, waarvan er random 44 ACT volgden en 38 Cognitieve Gedragstherapie (CGT). Allen vulden vragenlijsten in en kregen een computertaak te doen. We keken vooral naar depressieve klachten en kwaliteit van leven. Tijdens de behandeling vulden de deelnemers vervolgens vragenlijsten in over depressie en bepaalde processen binnen ACT en CGT.’

Om welke processen gaat het hierbij?

‘Disfunctionele attitudes, decentering en experiëntiële vermijding,’ antwoordt A-Tjak. ‘In lekentaal: negatieve gedachten die lijden tot sombere gevoelens of ze versterken, afstand kunnen nemen tot het eigen denken en het vermijden van gevoelens en gedachten. We wilden onderzoeken of deze processen verantwoordelijk zijn voor de positieve resultaten van de behandeling.’

Wat waren de belangrijkste resultaten?

‘Uit onze studie kwam naar voren dat ACT effectief is bij het behandelen van depressie. Uit onze eerdere meta-analyse bleek al dat het effectiever is dan de wachtlijst of een placebo. Wel lijkt het erop dat het niet meer effect heeft dan CGT. Verder beïnvloeden disfunctionele attitudes en decentering het behandelresultaat. Als deze processen verbeterden, werden mensen minder depressief.’

Vermindering experiëntiële mijding

‘Vermijding van innerlijke ervaringen nam in beide groepen af, maar alleen bij ACT leidde het tot vermindering van de depressie. Dit toont aan dat acceptatie wezenlijk bijdraagt aan een depressiebehandeling, zoals het model van ACT ook zegt. Als mensen veel last hebben van vermijding in de eigen binnenwereld, dan is deze therapievorm mogelijk meer geschikt dan CGT. Maar dat is voor andere onderzoekers om te onderzoeken.’

Het proefschrift

Jacqueline A-Tjak is klinisch psycholoog en gepromoveerd aan de Universiteit van Amsterdam (UvA). Haar proefschrift draagt de titel Unraveling the Black Dog: How Can We Improve Treatment for Depression and Can ACT Contribute to the Improvement?


Tags: