Nederlands Kenniscentrum Angst en Depressie

Verslag werkbezoek Team stemming Riethorst (Veluwe Vallei) van Pro Persona d.d.11-02-2014

Aanwezig vanuit NEDKAD: Neeltje Batelaan , psychiater bij GGZ in Geest, Patricia van Oppen, GZ-psycholoog bij GGZ in Geest, Maarten Kaarsemaker, klinisch psycholoog bij Vincent van Gogh Instituut.
Ontvangst door: Florian Hardeveld, Psychiater/ programmaleider en Gea Stad, teamleidster.

Opzet van de dag:
-10.00 Algemene informatie team stemming, door Florian en Gea.
-11.00 In gesprek met behandelaren
-12.00 Lunch met vrijwel alle teamleden
-13.00 Aanwezig bij bilaterale overleggen
-13.30 Aanwezig bij cliëntbespreking
-14.00 Onderling overleg
-14.30 Vragen aan Florian en Gea
-15.00 Terugkoppeling en afsluiting.

1. Algemene organisatie

Het team stemming Riethorst maakt onderdeel uit van het zorgprogramma stemmingsstoornissen van Pro Persona. Pro Persona is een grote GGZ in stelling ontstaan uit fusies van diverse GGZ organisaties in de afgelopen jaren. Bij Pro Persona werken meer dan 3000 mensen.

2. Organisatie van de behandeling.

Het zorgprogramma stemmingsstoornissen bevat naast depressieve stoornissen ook bipolaire stoornissen, behandelwijzen voor de bipolaire stoornissen zijn niet besproken in dit werkbezoek.
In het team stemming werken 2 psychiaters en een AIOS, 1,5 FTE, 2 psychotherapeuten en een GZ psycholoog en een GZ psycholoog i.o., 2,16 FTE, 3 sociaal verpleegkundigen en een verpleegkundige IPT, samen 1,96 FTE (SPV- en vooral voor bi-polaire stoornissen), daarnaast nog een teamleidster, 0,61 fte en een master stagiaire psychologie. Totaal 6,23 FTE.
De hulpverlening wordt door het secretariaat georganiseerd, zij plannen de intakes, een gesprek met zowel een psychiater als een psycholoog. Het secretariaat notuleert de cliënt besprekingen en zij maken de afspraken met de cliënten aan de afspraken balie. Dit betekent dat het secretariaat de agenda′s van de hulpverleners beheert. Het secretariaat plant ook de vervolgafspraken en de evaluatiebesprekingen over de cliënten. De hulpverleners worden goed ondersteund door het secretariaat. De intake procedure is geprotocolleerd, na toewijzing aan het zorgprogramma volgen cliënten een zelfde cliëntenroute, waarin ROM-metingen zijn opgenomen.

3. Op welke wijze is het personeel geïnformeerd over de beschikbare richtlijnen, hoe worden nieuwe medewerkers geïnformeerd/geïnstrueerd?

De nieuwe medewerkers krijgen een gesprek met de programmaleiders waarin uitleg wordt gegeven over de richtlijn. Tevens is er een samenvatting van de multidisciplinaire richtlijnen beschikbaar voor de nieuwe medewerker. Er bestaat een behandelafdelingsbeleidsplan, hetgeen gebaseerd is op de richtlijnen. Elke nieuwe medewerker ontvangt hiervan een kopie.

4. Op welke wijze werkt de instelling met de landelijke richtlijnen (hoe zijn deze vertaald naar de werkvloer, welke issues wel overgenomen en welke niet en waarom zijn deze keuzes gemaakt; hoe vindt de registratie plaats)?

Stemming.
– Het Zorgprogramma Stemming is geschreven op de Multidisciplinaire Richtlijn Depressie.

– De zorgpaden voor patiënten met een depressieve stoornis zijn zo gekozen dat ze zo goed mogelijk aansluiten bij de stappen die worden onderscheiden in de multidisciplinaire richtlijn. Ze maken, conform de richtlijn, onderscheid naar ernst van de depressieve
stoornis.
Men  heeft gekozen voor 5 zorgpaden, te weten 1) Kort; 2) Protocollair; 3) Protocollair-Plus; 4) Intensief en 5) Rehabilitatie.

– Alle zorgprogramma′s zijn opgebouwd uit ‘evidence based’ behandelvormen, zoals cognitieve gedragstherapie, interpersoonlijke psychotherapie, lichttherapie en farmacotherapie. Waarbij tevens geput kan worden uit ondersteunende behandelvormen, zoals running therapie, haptotherapie, psychomotore therapie, creatieve therapie. Binnen het intensieve zorgpad behoort thuisbehandeling tot de mogelijkheden. Tevens wordt een aantal behandelingen, zoals MBCT en de Rehabilitatiemodule in onderzoeksverband aangeboden.
Er bestaat sinds kort ook de mogelijkheid tot internetbehandeling gebaseerd op cognitief gedragstherapeutische principes.

 5. Op welke wijze en hoe vaak wordt de vertaling naar de werkvloer gewaarborgd/gecontroleerd. (wanneer wordt de werkwijze aangepast; als de professionals zich niet conformeren aan de werkwijze, wat gebeurt er dan?)

Documentatie.

– Op regelmatig basis worden alle patiënten besproken in de multidisciplinaire teamvergadering. Sinds eind 2013 wordt na 10 weken een behandelevaluatie uitgevoerd. Dit gebeurt door een onafhankelijke therapeut, waarbij o.a. wordt nagegaan of de behandeling volgens de stappen van de richtlijn verloopt.
– Zowel de evaluatie met de patiënt door een onafhankelijke deskundige als de teambespreking biedt de mogelijkheid de behandeling bij te sturen zodat de stappen van de richtlijnen gevolgd worden. De indruk bestaat dat een deel van de patiënten te langdurig binnen dezelfde stap van de richtlijn behandeld wordt. Echter op dit moment is het nog niet geheel duidelijk hoe frequent dit voorkomt. Dit was voor het team o.a. een reden om de E 10 in te voeren waardoor dit probleem mogelijk zichtbaar wordt en bijgestuurd kan worden.

6. Vindt er een resultaatsmeting van de behandeling plaats (hoe vaak; op welke manier; ook tussentijds)?

• Patiënten wordt maandelijks gevraagd medewerking te verlenen aan de ROM metingen (IDS-SR), hetgeen centraal aangestuurd wordt. De resultaten van deze ROM metingen zijn zichtbaar in het EPD. Het is afhankelijk van de individuele hulpverlener in hoeverre deze resultaten daadwerkelijk teruggekoppeld worden in de behandeling.

• Zoals reeds hierboven is opgemerkt wordt na 10 weken de behandeling geëvalueerd middels een standaard formulier ( E10). Opvallend en verrassend is dat een tweede behandelaar (iemand die de patiënt niet zelf behandelt) op basis van een gestructureerde vragenlijst de behandeling qua inhoud (is state of the art toegepast) en effectiviteit beoordeelt.

7. Hoe vindt behandeling plaats bij patiënten die niet volgens de richtlijnen worden behandeld?

• Bij afwijking van de richtlijn/beslisboom wordt zo mogelijk een alternatief zorgpad gekozen en een individueel behandelplan gemaakt. De indruk bestaat dat het op dit moment niet altijd helder is op welk moment en met welke reden er afgeweken wordt van de richtlijn. Dit zou verder geëxpliciteerd kunnen worden. Als een onderzoeksbehandeling wordt gestart dan gaat dit in goed overleg met de patiënt.

8. Zijn er speciale hulpinstrumenten ontwikkeld door de instelling voor de toepassing van de richtlijnen (zowel voor hulpverleners als patiënten)?

– Bij de E10 evaluatie wordt gebruikgemaakt van de samenvatting van de multidisciplinaire richtlijn voor depressie. Tevens wordt in het afdelingsbeleidsplan de richtlijnen vertaald naar de zorg op de afdeling. Hiernaast wordt er binnen de CGT gewerkt met het protocollenboek van Boom waarvan ook een internetversie gebruikt wordt. Helaas is er geen automatische koppeling met deze blended internet behandeling en het EPD. Naar ons idee bevordert het werken aan de hand van behandelprotocollen het goed en volgens de regels uitvoeren van behandelingen.

9. Welke onderdelen gaan goed(bijvoorbeeld ook issues als commitment hulpverleners; sturing directie; nascholing; registratie; evaluatiemetingen; motivatiebevordering patiënten etc)?

– De afdeling is goed georganiseerd. Zo is er centraal agendabeheer voor alle behandelaren en goede secretariële ondersteuning voor zorg gerelateerde regelzaken (zoals declareren, afspraken verzetten, notulen in het EPD). Dit neemt de individuele behandelaren veel werk uit handen hetgeen resulteert in werkplezier en een hoge productiviteit. Ook op instellingsniveau lijken zaken zoals ROM en zorgprogrammering goed georganiseerd.

-Wij zijn onder de indruk van het brede psychotherapeutische aanbod. Er zijn relatief veel behandelaren getraind in het geven van verschillende psychotherapeutische interventies voor depressie (CGT, IPT, systeembehandeling, PRI).

– Er is voelbaar een goede sfeer binnen het team. Over het algemeen hebben mensen lange dienstverbanden en is men tevreden op de werkvloer. De aansturing op teamniveau als op directieniveau lijkt soepel te verlopen. De medewerkers staan positief ten opzicht van nieuwe werkwijze of het doen van onderzoek.

-Invoering van het zorgprogramma heeft geleid tot een systematische evaluatie van lopende behandelingen.

– ROM zit standaard in het EPD hetgeen integratie in de behandeling faciliteert.

• Behandelingen worden tevens in groepsverband aangeboden. Het is de afdeling gelukt om met een relatief klein team een grote diversiteit van behandelopties te bieden.
Bij nabespreking met de visitatie commissie wordt geconstateerd dat er bij de commissie een positief beeld is ontstaan betreffende het de kwaliteit van de zorgprogrammering Stemming bij Pro Persona te Ede.

10. Op welke onderdelen zijn er nog verbeteringen toepasbaar of welke hobbels zijn te hoog?

– De aanmeldings- en intakeprocedure is gedegen maar hiermee ook tijdrovend. Tevens bestaan er lange wachttijden. Alvorens een patiënt in behandeling is er veelal 4 maanden verstreken sinds de verwijzing. Wellicht is versimpeling van de intakeprocedure een optie; gezien de reeds hoge productiviteit van de afdeling lijkt het verder opvoeren van de productie niet haalbaar.

– Op afdelingsniveau wil men de doorstroming van patiënten bevorderen derhalve wordt er goed gestuurd op evalueren middels de ROM (IDS-SR) en de E10. De frequentie van deze evaluaties lijkt ons hoog en hiermee te hoog belastend voor de patiënten. Ook met het evalueren door middel van de E10 nog meer ervaring worden opgedaan zodat het beter aan zijn doel voldoet.

– Aan de implementatie van deze zorgprogramma′s wordt hard gewerkt. De beweegredenen waarom men voor een behandeling kiest of de reden waarom men van de richtlijn afwijkt zou beter geëxpliciteerd kunnen worden.