Nederlands Kenniscentrum Angst en Depressie

Wat is een obsessieve compulsieve stoornis (OCS)?

Mensen met een obsessieve-compulsieve stoornis (OCS) hebben last van dwanggedachten (obsessies) en/of dwanghandelingen (compulsies).
Er ontstaat veel spanning of angst als handelingen niet op een vaststaande manier uitgevoerd worden. Dwanghandelingen staan vaak in direct verband met iemands dwanggedachten, men probeert vaak datgene te voorkomen waar men bang voor is.
Mensen met een obsessieve-compulsieve stoornis zijn ook vaak geneigd om situaties te vermijden die dwanggedachten oproepen of dwanghandelingen uitlokken. De dwangstoornis kan lichte of ernstige vormen aannemen.

De behandeling van een obsessieve-compulsieve stoornis (OCS)

Het is belangrijk dat u samen met uw behandelaar een keuze maakt hoe uw behandeling er het beste uit kan gaan zien.

Wij adviseren om te starten met een psychologische behandeling, omdat het voordelen heeft boven een behandeling met medicijnen:
1) meer mensen maken de behandeling af
2) er is een kleinere kans dat de klachten terugkomen na het afronden van een psychologische behandeling
3) er worden betere resultaten bereikt

U kunt uiteraard ook kiezen voor een behandeling met medicijnen.

Psychologische behandeling van OCS

Exposure in vivo met responspreventie

Exposure = blootstellen
In vivo = in de dagelijkse praktijk
Responspreventie = het nalaten van de dwanghandelingen.

In deze therapie leert u het patroon van dwanghandelingen te doorbreken. Het is een vorm van gedragstherapie. U zult leren hoe u het beste met angst om kan gaan. Het is de bedoeling dat u zich geleidelijk blootstelt aan datgene wat u gespannen maakt. Of dat u die situaties opzoekt waar u dwanghandelingen uitvoert (exposure), nu zonder dat u de bijbehorende dwanghandelingen uitvoert (responspreventie).
U zult met relatief eenvoudige situaties beginnen en u bepaalt daarbij zelf het tempo. Ongeveer 75% van de mensen merkt een duidelijk resultaat bij deze behandeling. Voor het slagen van de behandeling moet u veel oefenen.
Heeft u na ongeveer 20 zittingen ‘exposure met responspreventie’ nog steeds klachten, dan wordt de behandeling aangevuld met cognitieve therapie. Wanneer u uw klachten voldoende onder controle heeft, stopt de behandeling. Helpt de psychologische behandeling onvoldoende, dan wordt ook een behandeling met medicijnen gestart.

Cognitieve therapie

Aanvullend kan er cognitieve therapie geboden worden. Deze therapie richt zich op het veranderen van angstige gedachten (cognities).
U zult merken dat u beter met de angst kunt omgaan als u in staat bent om uw gedachten of denkpatronen te veranderen. De behandelaar zal u helpen om de gedachten op te sporen die u zo gespannen maken (bijv. ‘Ik heb de deur niet op slot gedaan, mijn huis zal worden leeggeroofd’). Zijn deze gedachten wel waar of handig? Zo niet, dan wordt gekeken of u een andere gedachte kunt bedenken die minder angstig maakt.
Bij cognitieve therapie krijgt u huiswerk. Om de therapie te laten slagen, is het noodzakelijk dat u uw huiswerk maakt.

Behandeling met medicijnen bij OCS

Voor een behandeling met medicijnen wordt gekozen als een psychologische behandeling onvoldoende werkt of wanneer iemand behalve OCS ernstige depressieve klachten heeft. U kunt ook voor deze behandeling kiezen, als u liever een behandeling met medicijnen wilt dan psychotherapie.

Bij OCS kan er een verstoord evenwicht van serotonine zijn. Serotonine is een neurotransmitter (= boodschapperstof) in de hersenen die belangrijk is bij het regelen van gevoelens als angst en somberheid. Diverse medicijnen zorgen ervoor dat deze stof weer in balans komt. Medicijnen worden voorgeschreven door een huisarts of psychiater.
Als het voorgeschreven medicijn goed werkt, moet u dat middel langere tijd blijven gebruiken, om te voorkomen dat de klachten terugkomen.

Verschillende medicijnen zijn effectief gebleken bij de behandeling van OCS:

1) SSRI’s (selectieve serotonine heropnameremmers)
2) Atypische antipsychotica
3) TCA: clomipramine

U start met een SSRI. Als u de SSRI 5 weken volgens de startdosering gebruikt heeft, wordt gekeken of de dosering verder moet worden verhoogd. Nadat u het middel 12 weken gebruikt heeft, kan bepaald worden of het middel voldoende helpt.
Als het onvoldoende helpt, wordt een ander SSRI voorgeschreven.
Als na 12 weken blijkt dat ook deze SSRI onvoldoende helpt, dan deze gecombineerd worden met een psychologische behandeling.
Helpt dit onvoldoende, dan wordt een atypisch antipsychoticum toegevoegd.
Als dit ook onvoldoende helpt, wordt een behandeling met clomipramine gestart.
Bij onvoldoende effect wordt, naast clomipramine, een atypisch antipsychoticum voorgeschreven. Werkt het voorgeschreven medicijn goed, dan moet u het langere tijd blijven gebruiken om te voorkomen dat de klachten terugkomen.

Lees ook: Meer weten over dwang?