Nederlands Kenniscentrum Angst en Depressie

Wat is een sociale fobie?

Mensen die last hebben van een sociale fobie zijn bang dat anderen hen kritisch zullen beoordelen. Ze voelen zich vaak onzeker over zichzelf en zijn bang dat anderen hen misschien niet aardig of interessant zullen vinden. Daardoor kunnen zij zich in sociale situaties angstig voelen. Welke en hoeveel situaties dit zijn, is voor iedereen anders.
Mensen met een sociale fobie zijn geneigd om situaties die hen angstig maken uit de weg te gaan. Als het niet lukt om de situaties te vermijden voelen ze zich vaak erg angstig en gespannen.

Er zijn twee subtypen van de sociale angststoornis:

1) specifieke subtype: Als men bang is in één specifieke situatie (bijvoorbeeld bij het geven van een toespraak of muziek- of theateruitvoering, ook wel ‘podiumvrees’ genoemd).
2) gegeneraliseerde subtype (bij de meeste mensen): angstig voelen in meerdere soorten sociale situaties, (bijvoorbeeld verjaardagen, vergaderingen, voor uw mening opkomen, een gesprek aangaan met een onbekende).

De behandeling van een sociale fobie

Het is belangrijk dat u samen met uw behandelaar een keuze maakt hoe uw behandeling er het beste uit kan gaan zien.
Voor de behandeling van de sociale fobie (het gegeneraliseerde subtype) kunt u een keuze maken tussen:
– een psychologische behandeling
– behandeling met medicijnen

Psychologische behandeling

Een psychologische behandeling heeft onze voorkeur, omdat er na het stoppen van de behandeling minder kans is dat de klachten terugkomen. U heeft dan immers zelf een methode geleerd om met uw angsten om te gaan. Uit onderzoek is bekend dat ongeveer 70% van de mensen baat heeft bij de hieronder beschreven behandelvormen.

Er wordt gestart met cognitieve therapie of met exposure in vivo. Als u na ongeveer 12 zittingen nog klachten hebt, wordt een switch gemaakt. Dat wil zeggen dat als u exposure in vivo kreeg nu op cognitieve therapie wordt overgestapt, of andersom. Dit gedurende nogmaals een periode van ongeveer 12 zittingen. Beide methoden kunnen eventueel met een sociale vaardigheidstraining of een taakconcentratietraining worden aangevuld. Helpt dit onvoldoende, dan kan gestart worden met medicijnen.

Cognitieve therapie
In deze therapie leert u angstige gedachten en denkpatronen (cognities) te veranderen. U zult merken dat als u in staat bent angstige gedachten te veranderen, uw nare gevoelens ook beter hanteerbaar worden. Uw behandelaar zal u helpen om de gedachten op te sporen die tot klachten leiden. Vervolgens bekijkt u of deze gedachten wel juist of handig zijn. Als u tot de conclusie komt dat een gedachte onjuist is, wordt gekeken of u tot een andere gedachte kunt komen.
Voor het slagen van de behandeling is het noodzakelijk dat u dagelijkse huiswerkopdrachten uitvoert. Cognitieve therapie wordt 8 tot 12 zittingen toegepast.

Exposure in vivo
Exposure (= blootstellen) in vivo (= in het dagelijks leven) = een vorm van gedragstherapie.
Vanwege uw angst kunt u bepaalde situaties gaan vermijden. Dit lijkt heel logisch, want niemand wil zich rot voelen. In het begin had u hier baat bij, u kreeg hierdoor waarschijnlijk minder last van de paniekaanvallen. Op termijn werkt het echter in uw nadeel. Er is bekend dat angst blijft bestaan door angstopwekkende situaties te vermijden en in veel gevallen zelfs erger wordt. Het gevaar is dat u steeds meer in uw dagelijkse functioneren beperkt wordt.

Het doel van exposure in vivo is patronen te doorbreken. U zult leren hoe u het beste met de angst om kunt gaan. Uw behandelaar, meestal een psycholoog of psychotherapeut, zal u daarin begeleiden. In sommige gevallen wordt u daarnaast bijgestaan door een verpleegkundige. Het is de bedoeling dat u zich geleidelijk aan bepaalde angstopwekkende situaties blootstelt, door deze situaties op te zoeken. U zult met eenvoudige situaties beginnen, om daarna geleidelijk steeds moeilijkere situaties op te zoeken.

Voor het slagen van de behandeling is het belangrijk dat u veel oefent. Voor een goed resultaat wordt aangeraden om dagelijks 1 uur te oefenen. Uw angst zal dan geleidelijk aan minder worden. Ongeveer 75% van de mensen heeft baat bij deze behandeling.
Aantal zittingen: U bepaalt zelf het tempo. Meestal worden 15 zittingen toegepast.

Sociale vaardigheidstraining
Hierbij het gaat om het leren omgaan met situaties die door veel mensen met een sociale fobie moeilijk gevonden worden. U zult bijvoorbeeld leren hoe u een praatje met iemand aanknoopt, op welke manier u iemand het beste iets kunt weigeren of hoe u kritiek kunt uiten. Om deze vaardigheden te leren wordt gewerkt met rollenspellen waarin alledaagse situaties worden nagespeeld. Ook zult u huiswerkopdrachten meekrijgen. Deze behandeling wordt zowel individueel als in een groep gegeven.

Taakconcentratietraining
Als u bang bent om te blozen, trillen of transpireren kunt u baat hebben bij een taakconcentratietraining. Mensen met deze angstklachten hebben vaak de neiging om erg op hun lichaam te gaan letten om te controleren of deze klachten ook optreden. Hierdoor worden de klachten vaak steeds erger. Doordat u door de lichamelijke verschijnselen wordt afgeleid, kunt u moeilijk de aandacht houden bij waar u mee bezig bent en is het moeilijker om in sociale situaties te functioneren.
In deze training leert u hoe u zich bij het uitvoeren van een bepaalde taak minder kan laten afleiden door uw lichamelijke reacties en u beter kunt concentreren op dat waar u eigenlijk mee bezig bent of zou willen zijn.

Behandeling met medicijnen

Bij een sociale fobie adviseert de richtlijn te beginnen met een medicijn uit de groep van de SSRI’s. Ook het middel venlafaxine (merknaam: Efexor®) heeft een goed effect bij sociale fobie. SSRI’s en venlafaxine zijn ongeveer even effectief tegen sociale angstklachten. Wel zijn er enkele verschillen in de aard van de bijwerkingen. Uw arts zal u hierover uitleg geven als hij/zij u adviseert welk soort medicijn het beste bij uw situatie past.

[1) SSRI’s (selectieve serotonine heropname remmers)
2) Venlafaxine (Efexor®)
3) Benzodiazepinen

U start met gebruik van een SSRI of met venlafaxine. Nadat u dat middel 12 weken op de streefdosering gebruikt hebt, kan bepaald worden of het voldoende helpt. De dosering kan eventueel verder worden verhoogd. Helpt het medicijn onvoldoende, dan wordt er een ander medicijn voorgeschreven. Dat betekent dat als eerst een SSRI voorgeschreven werd, nu overgestapt wordt op venlafaxine, of andersom. Wanneer blijkt dat venlafaxine én de SSRI beide geen effect geven, wordt behandeling met een ander SSRI voorgesteld. Helpt het voorgeschreven medicijn goed, dan dient u het middel ten minste een jaar te blijven gebruiken. Dit om te voorkomen dat de klachten terugkomen.

Meer weten over sociale fobie?

Boeken

  • Stichting September (2003). Zorgboek Angst, fobie en paniek. ISBN: 90-72248-69-4. (Informatie over dit boek is te vinden op www.boekenoverziekten.nl. Het boek is (onder andere) te bestellen bij uw apotheek. Kosten: 17,- euro.)
  • Kragten, J. (2002). Leven met een sociale fobie. ISBN: 9031338788.

Nuttige organisaties

Angst, Dwang en Fobie stichting (ADF stichting) voor contact met lotgenoten, steun en adviezen. Tel. 0900 – 200 87 11 (€ 0,25 p/min.) of www.adfstichting.nl.

Informatie over de multidisciplinaire richtlijn angststoornissen www.ggzrichtlijnen.nl