Nederlands Kenniscentrum Angst en Depressie

UMCG onderzoekt preventieve cognitieve therapie om terugval na depressie tegen te gaan

26 april 2017 - Geplaatst onder: Meedoen onderzoek

Het UMCG-onderzoek naar de werking van preventieve cognitieve therapie loopt sinds januari 2016 en hersenonderzoekers Marie-José van Tol en Rozemarijn van Kleef zijn nog steeds op zoek naar deelnemers. Er doen inmiddels 33 mensen mee, terwijl een aantal van 75 personen nodig is om tot betrouwbare statistische analyses te kunnen komen.

Terugval na depressie

Rozemarijn van Kleef licht toe: “Uiteindelijk doel van het onderzoek is om terugval na een depressie te voorkomen.  Mensen die hersteld zijn van een depressie, hebben namelijk 40 tot 60 procent kans om terug te vallen in een nieuwe depressieve episode. Wie preventieve cognitieve therapie volgt, heeft een kleinere kans om deze binnen vijf tot tien jaar opnieuw door te maken, blijkt uit eerder onderzoek. Nog onduidelijk is waarom sommige mensen wel, en sommige mensen niet terugvallen. Hoe en bij wie de preventieve cognitieve therapie precies werkt, is eveneens onvoldoende duidelijk.

Werkingsmechanismen

Het onderzoek richt zich vooral op de werkingsmechanismen van deze therapie. Dus wat verandert er in hoe mensen met gevoelens en gedachten omgaan en hoe kunnen die veranderingen de kleinere kans op terugval verklaren? We richten ons vooral op de controle die mensen hebben over emoties en de rol die de prefrontale hersenschors daarin speelt. Omdat we weten dat de therapie bij veel mensen werkt, willen we weten wat er nu precies verandert door die therapie. Want blijkbaar zijn die veranderingen nodig om minder kwetsbaar te zijn voor depressie. Daar kunnen we enorm veel van leren en dat is het voornaamste doel van ons onderzoek.”

Meer effectieve behandelingen

De Groningse onderzoekers verdelen de deelnemers aan het onderzoek in twee groepen: een groep van herstelde depressieve mensen die tijdens de studie preventieve cognitieve therapie krijgen, en een groep die die specifieke behandeling pas later aangeboden krijgt. Gemeten wordt onder meer het functioneren van de hersenen, pupilreacties en de aandacht voor emotionele informatie. Het is de eerste keer dat een dergelijke grootschalig onderzoek wordt uitgevoerd.

Van Kleef: “Het blijkt best lastig om geschikte kandidaten te vinden. Er is genoeg  enthousiasme en motivatie, maar de criteria om deel te kunnen nemen zijn best streng. Zo kan er geen gebruik van antidepressiva zijn en moeten mensen geen andere psychische klachten hebben. Daarnaast moet men in staat zijn in een MRI-apparaat plaats te nemen.”

Deelnemers gezocht

Gezocht worden deelnemers die in het verleden minstens twee keer depressief zijn geweest maar dat nu niet meer zijn, tussen de 18 en 60 jaar oud zijn, en graag iets zouden willen doen om hun kans op terugval te verkleinen. Deze mensen ondergaan een voormeting, bestaande uit vragenlijsten, aandachtstaken met pupilmetingen, en een MRI-onderzoek.

Daarna krijgt een deel van deze groep een preventieve cognitieve therapie van acht sessies. Hierbij wordt stilgestaan bij de manier van denken van deelnemers in tijden dat hun stemming verslechtert. Zij oefenen in het bewust worden van negatieve gedachten en onderliggende denkpatronen en leren deze bij te stellen. Daarnaast wordt veel aandacht besteed aan het ervaren van positieve gebeurtenissen en versterken van positieve gevoelens. Tenslotte stellen deelnemers een persoonlijk preventieplan op.

Iedereen krijgt therapie

Van Kleef roept potentiële deelnemers nogmaals op om zich aan te melden.
“Voor wie uiteindelijk deelneemt, zijn er veel voordelen,” besluit zij. “Want iedereen ontvangt uiteindelijk de preventieve cognitieve therapie – ook de groep die in eerste instantie werd uitgesloten. De behandeling is individueel; mensen kunnen starten wanneer ze willen en ook zijn er vrijwel door het hele land therapeuten getraind. Er staat een interessant introductiefilmpje op onze website: depressiestudie.”

Meer informatie

Voor meer informatie over het onderzoek kunt u contact opnemen met de onderzoekers, Marie-José van Tol en Rozemarijn van Kleef, via depressiestudie@umcg.nl.