Nederlands Kenniscentrum Angst en Depressie

Nare ervaring cruciaal bij tandartsangst

16 november 2016 - Geplaatst onder: Angst

Mensen die extreem angstig zijn voor de tandarts noemen vrijwel unaniem een nare ervaring in de tandartsstoel als bron van die angst. Gemiddeld is de herinnering aan die ervaring al ruim 20 jaar oud. Dat blijkt uit onderzoek van tandarts-angstbegeleiding  Caroline van Houtem van het Academisch Centrum voor Tandheelkunde. Zij promoveerde aan de Universiteit van Amsterdam.

Een jeugdherinnering aan een kies die werd getrokken terwijl de verdoving niet werkte en de assistente de jonge patiënt terug in de stoel duwde. Of een tandarts die onverstoorbaar doorging met een wortelkanaalbehandeling, terwijl de patiënt te kennen gaf veel pijn te ervaren. Het zijn dit soort voorvallen die Van Houtems proefpersonen met angst voor de tandarts noemden als bron van hun angst. En die er in extreme gevallen voor zorgen dat mensen al zestig jaar niet naar de tandarts zijn geweest en hun pijn stillen met pillen of alcohol, met negatieve gevolgen voor gezondheid, sociale contacten en kwaliteit van leven.

Van Houtem ontdekte dat de karakteristieken van de beschreven nare herinneringen – onder meer de mate van akeligheid en levendigheid – sterk samenhangen met de algemene mate van angstigheid van de proefpersonen. Hoe angstiger de persoon in kwestie, hoe groter de kans dat hun herinnering nog zeer levendig en akelig was.

In totaal heeft een kwart van de Nederlanders last van tandartsangst

Kiezen trekken

Die samenhang zegt weliswaar niet of een intens nare gebeurtenis ervoor zorgde dat de patiënt angstiger werd, of dat de angstige patiënten de gebeurtenissen heftiger ervoeren. Maar in combinatie met inzichten uit een tweede studie, bieden de inzichten perspectief op effectievere behandelmogelijkheden voor tandartsangst.

In die tweede, meer verkennende studie, onderzocht Van Houtem hoe patiënten met angst voor de tandarts een nieuwe behandeling ervaren. Hiervoor onderzocht ze 46 angstige en 66 niet-angstige patiënten die een invasieve behandeling ondergingen, bijvoorbeeld een wortelkanaalbehandeling of het trekken van een kies. Direct na afloop waren de angstige patiënten gemiddeld negatiever over de ervaring, maar verrassend was het feit dat ze twee weken na dato nog negatiever waren dan direct na afloop. Een patroon waar bij niet-angstigen geen sprake van was.

Vicieuze cirkel

Van Houtem verklaart dat patroon aan de hand van nieuwe inzichten in de plastische aard van herinneringen. ‘Elke keer als je een herinnering ophaalt, is het geheugenspoor aan verandering onderhevig. Wanneer iemand met tandartsangst in de stoel ligt, triggert die omgeving de oorspronkelijke nare herinnering. Dat roept een stressrespons op. Die reactie beïnvloedt vervolgens weer hoe de huidige ervaring wordt opgeslagen, waardoor ook die een nare lading krijgt, die een stressrespons oproept wanneer je er in de weken na afloop aan terugdenkt en zo wordt de herinnering steeds negatiever.’

Om die vicieuze cirkel van het oprakelen en meer beladen opslaan van herinneringen aan het tandartsbezoek te doorbreken, pleit Van Houtem ervoor primair in te zetten op traumabehandeling van de oorspronkelijke nare herinnering, die de latere ervaringen kleurt. ‘Nu richten we ons meestal primair op angstbehandeling, maar ik denk dat je die pas effectief kunt doen als je de eerste nare herinnering aanpakt. Anders is het dweilen met de kraan open.’

Lees het NRC-interview met Caroline van Houtem.

Download de samenvatting van het onderzoek

Bron: Universiteit van Amsterdam