Nederlands Kenniscentrum Angst en Depressie

Experimenteel maar veelbelovend: elektrische hersenstimulatie bij OCS

29 mei 2016 - Geplaatst onder: Behandelmethoden, Dwangstoornissen

De meeste patiënten met OCS – obsessieve-compulsieve stoornis – kunnen goed behandeld worden met psychotherapie en/of medicatie. Een gedeelte van hen gaat echter door het leven met zeer ernstige, bijna niet te behandelen dwang. Voor hen zou diepe hersenstimulatie een uitweg kunnen bieden: een neurochirurgische behandeling waarbij elektroden tweezijdig in een bepaald hersengebied worden geïmplanteerd.

Wie is er verantwoordelijk voor dit onderzoek?

Het project is een samenwerking tussen de Onderzoeksgroep Experimentele Neurochirurgie en Neuroanatomie van de KU Leuven en de Departementen Neurochirurgie en Psychiatrie van UZ Leuven. Neurochirurg prof. dr. Bart Nuttin is met het project gestart in 1998 en ook psychiater prof. dr. Loes Gabriëls – tot 2014 eveneens als professor verbonden aan de KU Leuven – is er vanaf een vroeg stadium bij betrokken. Neurowetenschapper dr. Laura Luyten, verbonden aan KU Leuven, heeft de voorbije jaren alle data verzameld, geanalyseerd en beschreven.

Maar wat is elektrische hersenstimulatie nu precies?

De elektroden worden verbonden met een stimulator die elektrische pulsjes geeft, zodat de activiteit in een specifieke regio in de hersenen kan worden beïnvloed. Ze worden als het ware verbonden met een soort pacemaker, die ook wordt geïmplanteerd. Deze stimulator geeft kleine elektrische pulsen af – die de patiënt niet voelt – en waarmee  een specifieke regio in de hersenen kan worden beïnvloed. Op deze manier kan diepe hersenstimulatie een preciezer effect hebben dan bijvoorbeeld een pilletje dat door de patiënt wordt ingenomen.

Is het een geheel nieuwe methode?

Nee, diepe hersenstimulatie wordt al tientallen jaren met succes gebruikt bij de behandeling van de ziekte van Parkinson – al worden de elektroden bij deze patiënten wel in een deel van de hersenen geïmplanteerd. De publicatie van Bart Nuttin, in het Britse vaktijdschrift The Lancet in 1999, was de eerste die aantoonde dat diepe hersenstimulatie ook een rol zou kunnen spelen bij de behandeling van ernstig zieke psychiatrische patiënten.

Hoe ging het onderzoek in zijn werk?

De klinische studie omvatte alle 24 patiënten met OCS bij wie tussen 1998 en 2010 elektroden voor elektrische hersenstimulatie geïmplanteerd werden in het UZ Leuven, België. De doeltreffendheid werd beoordeeld in een dubbelblinde cross-overstudie (3 maanden stimulatie aan versus 3 maanden uit, waarbij de patiënt noch de psychiater wisten of de stimulator aan stond of niet). Vervolgens werden de patiënten verder gevolgd gedurende minstens 4 jaar, sommigen zelfs tot 14 jaar na implantatie.

Wat zijn de belangrijkste resultaten?

Elektrische hersenstimulatie gaf bij twee derde van de patiënten een duidelijke vermindering van de obsessies en compulsies – hun belangrijkste symptomen – te zien. Ook was er sprake van een gunstig effect op angst- en depressieklachten en algemeen functioneren. Belangrijk is dat dezelfde effecten ook te zien waren bij het dubbelblinde cross-overonderzoek. Dat toont aan dat er niet louter sprake is van een placebo-effect. Bovendien bleven de gunstige effecten ook op lange termijn behouden. Tot slot bleek bij nader neuro-anatomisch onderzoek dat de precieze positie van de elektroden het effect aanmerkelijk kan beïnvloeden.

Wat betekent dit voor de praktijk?

Deze elektrische stimulatie in een specifiek gedeelte van de hersenen – om precies te zijn: de bed nucleus van de stria terminalis – blijkt een veelbelovende behandeling voor patiënten met zeer ernstige OCS. De wetenschappers benadrukken echter dat dit voorlopig een experimentele behandeling blijft, die enkel kan plaatsvinden in het kader van nauwkeurig uitgevoerde klinische studies. In een multicenterstudie wordt momenteel verder onderzoek gedaan naar de mogelijkheden die deze behandeling biedt.

Het gehele artikel lezen.


Tags: