Nederlands Kenniscentrum Angst en Depressie

Dwangmatig controleren door OCS-patiënten houdt obsessie vaak in stand

28 oktober 2015 - Geplaatst onder: Angst, Dwangstoornissen

Dwangmatig controlegedrag bij patiënten met obsessieve-compulsieve stoornis (OCS) is niet alleen het gevolg van een obsessie, maar speelt tevens een belangrijke rol in het ontstaan en voortbestaan van OCS.

Dat ontdekte Marieke Toffolo tijdens haar onderzoeksproject Perseveration in the development of Obsessive Compulsive Disorder. Zij promoveerde aan de Universiteit Utrecht met financiering uit de Vrije competitie van NWO-MaGW.

Huidige therapieën voor OCS moeten zich daarom meer richten op de negatieve gevolgen van dwangmatig controlegedrag, dat patiënten met OCS net zo goed vertonen wanneer ze géén obsessieve gedachten koesteren.

Patiënten met een obsessieve-compulsieve stoornis (OCS) leven dagelijks met onberedeneerde ‘onzekerheden’, die volgens hen alleen bezworen kunnen worden door het uitvoeren van ingewikkelde controlerituelen. Met logisch nadenken kunnen deze gedachten niet verdrongen worden. Dus volgt eindeloos ‘checkgedrag’, waardoor de kwaliteit van leven ernstig onder druk komt te staan. En denk dan aan: de hele dag door je adem testen en toch niet naar buiten durven. De gaskraan vijfentwintig keer open- en dichtdraaien want alleen dán is het goed.

Marieke Toffolo: “Ik ontdekte tijdens het onderzoek, dat OCS-patiënten niet alleen als reactie op deze extreme onzekerheden controlegedrag gebruiken, maar dat zij ook in ‘milde’ onzekere situaties méér controlegedrag vertonen dan patiënten met andere angststoornissen. Dit checkgedrag draagt direct bij aan de verergering van andere OCS-symptomen: het verhoogt geheugenonzekerheid en vergroot specifieke obsessieve gedachten over de ernst van mogelijk gevaar.”

Lees meer over het onderzoek van Marieke Toffolo.


Tags: