Nederlands Kenniscentrum Angst en Depressie

Angststoornissen komen bij vrouwen twee maal zo vaak voor

12 april 2017 - Geplaatst onder: Angst

Marrie Bekker, hoogleraar klinische psychologie, ontvangt subsidie voor een onderzoek naar de genderaspecten van angststoornissen. De huidige kennis van zaken is gebrekkig, gefragmenteerd en mist een theoretisch kader. Uitgangspunt van het project is het feit dat een op de vijf mensen eens in hun leven lijdt aan een angststoornis. Bij vrouwen komt deze twee maal zo vaak voor als bij mannen.

Die huidige -gebrekkige- kennis maakt dat het veelvuldig voorkomen van angststoornissen bij vrouwen nog niet wetenschappelijk verklaarbaar is. Bovendien is de gangbare behandeling (veelal cognitieve gedragstherapie) genderneutraal – dus hetzelfde voor mannen en vrouwen. Onbekend is of er sekseverschillen zijn voor wat betreft de effectiviteit van de behandeling.  Daarnaast beoogt het onderzoek – in de vorm van een meta-analyse en review – na te gaan in hoeverre de opgedane kennis geschikt is om in te zetten bij de preventie en behandeling van angststoornissen.

Inzet CGT onvoldoende

Marrie Bekker legt uit hoe het onderzoek in zijn werk gaat: “Wat we nu vermoeden is dat autonomie – het zelfsturend vermogen in verbondenheid met anderen – bij deze problemen een belangrijke rol speelt. De inzet van CGT (Cognitieve Gedrags Therapie) is, zeker waar het gaat om mensen met complexe angststoornissen, ontoereikend. Er dient ook gekeken te worden naar de persoon van deze patiënten: de mensen achter de klachten. Hebben ze bijvoorbeeld moeite met het stellen van grenzen of trekken ze zich veel aan van wat anderen vinden? Wie zijn ze zelf en hoe zijn ze zo geworden? Dat zijn belangrijke aspecten.”

Huidige situatie verbeteren

Het nieuwe onderzoek heeft als doel om de huidige situatie van mensen met angststoornissen te verbeteren. Marrie Bekker en haar team geven daartoe momenteel cursussen aan behandelaars. Het onderzoek is daarmee gediend, omdat er wordt gekeken of de behandeling ook op groepsniveau effectief is. Marrie Bekker: “Onze gok is, dat als je je meer richt op de mensen achter de klachten, je daarmee ook een grondiger behandeling bewerkstelligt.”

Mannelijke autonomie

Volgens de onderzoekster laten de gangbare onderzoeken tot nu toe vooral een mannelijke autonomie zien; vrouwelijke autonomie gebeurt veel meer in verbondenheid. “We zien dat sekseverschillen onder meer bij eet- en angststoornissen een rol spelen”, aldus Bekker. “Anders gezegd: vrouwen blijken veel gevoeliger voor anderen te zijn dan mannen. Deze component van autonomie lijkt belangrijk bij te dragen aan de sekseverschillen tussen de seksen in verschillende vormen van psychopathologie.”

Marrie Bekker houdt zich al langer bezig met de verschillen tussen mannen en vrouwen: “Ik ben gegrepen door het feit dat de sekseverschillen in behandeling en onderzoeken een verwaarloosde rol lijken te spelen, terwijl het op zijn minst de moeite waard is om dit te onderzoeken. In hoeverre spelen autonomie problemen een rol? Daar hoop ik een antwoord op te vinden.”

Enkele links naar het onderzoek:

https://www.researchgate.net/project/Treatment-effects-and-cost-effectiveness-of-Autonomy-Enhancing-Treatment-A-person-centred-approach-to-anxiety-disorders

https://www.zonmw.nl/nl/over-zonmw/innovatie-in-de-zorg/programmas/project-detail/doelmatigheidsonderzoek/treatment-effects-and-cost-effectiveness-of-autonomy-enhancing-treatment-a-person-centred-approach